Home / Archive by category "dromen"

Loopwedstrijd

Loopwedstrijd in New York, met een groep. We krijgen aanwijzingen op papier, maar het wordt al schemerig, dus ik kan het niet zo goed lezen en daar baal ik van. We moeten een parcours rennen, dat gaat door de stad, maar ook over weilanden waar veel water op ligt en die onderbroken worden door slootjes. Het lijkt van niet maar toch vriest het. We gaan van start en bij het eerste slootje blijk ik licht genoeg om al glijdend (slidend) naar de overkant te kunnen. Onder de andere deelnemers zijn collega’s, maar ook M. is er bij.

Op een bepaald moment stoppen we bij een of ander cafe, want daar moeten we wat te eten en drinken krijgen. Daar aangekomen blijkt dat er maar beperkt stoelen zijn en die zijn allemaal al bezet. Ook kan de uitbaatster mij niet van eten voorzien, want de magnetron kon maar zoveel maaltijden tegelijk aan en dus moet ik maar wachten. Ik vind het heel oneerlijk. Iedereen zat aan een goed gevulde tafel te eten en ik krijg niets. Ik ben teleurgesteld en word boos en loop weg naar buiten via de achterdeur. Ik hoor haar achter me aan komen en ik roep nog hoe jammer ik het vind dat ze voor mij niets heeft. Ineens realiseer ik me dat we Engels spreken. “I’ll file a complaint!”, roep ik nog, Ze is er niet van onder de indruk en roept dat ik er maar mee moet leven en loopt van me weg.

Ik ren verder en het valt me op dat er meerdere auto’s over de stoep rijden zonder licht, terwijl het midden in de nacht is. Een van die auto’s scheert rakelings langs me heen. Ik maak een gebaar en zie nog net dat er een oudere dame achter het stuur zit. De auto speert voorbij en komt diagonaal aan de overkant van de brede straat tot stilstand tegen een hek. Ik zie een deur open gaan en er springt iemand uit die wegrent. Dan ineens blijken er ook veel politieagenten in burger te zijn. Ze willen gaan surveilleren in de binnenstad en gaan een kijkje nemen bij de auto. Ik loop met ze mee. De auto blijkt gekaapt, er zitten mannen in die gewond zijn geraakt door de klap tegen het hek. Op de plek waar ik de oudere vrouw zag, zit nu een kaper.

Ik moet doorlopen, de wedstrijd is immers nog niet gedaan. De agenten waarschuwen me, het is niet veilig in de met blauwe neon verlichte binnenstad, maar ik moet door.

Zwart en onstuimig

Ruwe tekening van mijn droom.

We zaten met drie ergens in het gras. M1, M2 en ik. Het was mooi weer, de zon scheen en het gras was knalgroen. Ergens gingen we op een moment uit elkaar met de belofte dat we elkaar op een bepaald moment zouden treffen. Geen idee wanneer M1 en M2 weg zijn gegaan, maar ik zie dat de plaid die in het gras lag, nat was geworden. We hadden ‘m blijkbaar voor een gedeelte in een grote plas gelegd zonder daar erg in te hebben. Het volgende moment word ik door iemand ergens heen gebracht. Ook weer geen idee waar ik ben. Het voelt Amerikaans. Het is inmiddels ook donker geworden en er is storm op komst. Ik stap uit (wat het ook geweest is waar ik door gebracht ben..?) en sta alleen op een soort van houten pier die aan zeewater grenst. Ver aan de overkant zie ik gebouwen. Het is erg donker en de golven worden steeds hoger.

Vanaf het hout van de pier kan ik in een transparante glazen (of plexiglas?) buis/tunnel stappen. Het is de bedoeling dat ik daardoorheen loop. Het is een vreemde gewaarwording. De golven slaan tegen de zijkant van de glazen wand. Hier en daar zitten aan de zijkanten openingen met miniglijbaantjes. Mensen kunnen erdoor naar buiten glijden, maar je kan er niet door terug naar binnen. In een van de openingen zie ik de hand van iemand en ik vraag me af wat iemand met dit weer in het water doet. Buiten wordt het steeds zwarter en onstuimiger.

Ineens realiseer ik me dat ik had afgesproken met M1 en M2, maar ik ben niet waar zij zijn en ik heb ook geen idee waar ik dan wel moet zijn of waar zij zijn? Ik heb geen adres of iets, maar ook geen mobiel, dus ik Kan M1 niet bellen. Wat kan ik doen, waar moet ik heen en hoe vinden we elkaar weer?

….

En wakker.

..?..

Te vroeg wakker

Een vaag bekende stem roept me vanaf straat: “Marty!”

*plop*

In één keer ben ik klaarwakker mét een onbestemd gevoel. Daarnaast ook herkenning, want ik heb dit vaker gehad. Dus tegen beter weten in mijn bed uit gegaan en uit alle ramen naar buiten gekeken. Nee, inderdaad, niks te zien.

Hmpf. Zit ik weer. Op zaterdagochtend om half zes.
Alles en iedereen nog in diepe slaap. Bakkie thee maar dan en zo nog even een uurtje slaap proberen te pikken.

Droom van vannacht

We zijn met het hele gezin in Parijs. Pa, Ma, M., M. en ik. We lopen op straat en moeten ergens naartoe, geen idee waar. Onderweg worden we afgeleid doordat in een zijstraat van het Kuhrhaus (?) een presentatie gaande is. Een mooi uitgedoste mevrouw met een bijzondere hoed van witte- en melkchocolade laat zien wat ze allemaal kan met (vloeibare) chocolade.

Ineens herinner ik me dat we de metro moeten halen. Terwijl de rest nog blijft toekijken, zeg ik dat ik de metro alvast zal halen, want dat kan blijkbaar in mijn droom. Ik roep de metro door op een knopje te drukken zoals bij een lift. Eigenlijk lijkt de deur waarvoor ik sta ook een lift, van roestvrijstaal. Ik druk op de knop en sneller dan verwacht is de metro er en de deuren gaan open. Onder in de metro/liftcabine is een kleine opening. Dina (onze kleine slanke kat), glipt er door en ik zie haar al lopend over de rails van de metro uit zicht gaan en ik raak in paniek. Jippie, de kat van Zuslief, is een stuk flinker en past niet door het gat en en blijft bij mij binnen. Al snel maakt Dina’s verdwijning plaats voor nóg een keer lichte paniek, want de rest van ons gezin is nog niet gearriveerd als de metrodeur dichtgaat en de metro vertrekt. Terwijl de cabine in horizontale en licht golvende bewegingen een meter of twintig in de lucht vertrekt en ik uitkijk over het landschap, word ik wakker.

Dina ligt niet aan het voeteneind en dat hele kleine beetje paniekgevoel maakt dat het eerste wat ik doe als ik uit bed stap is: zoeken naar haar. Ze is beneden en zit van haar brokjes te eten.

Shats Hatsu

Het voelt alsof we ter plekke besluiten om uit nieuwsgierigheid een kijkje te nemen; M., zuslief en ik. Zuslief en ik mogen eerst. We lopen een Japans-groene (bestaat die kleur?) ruimte met donkergroene accenten in.

Het heet ‘Shats Hatsu’ of iets dergelijks.  Een blonde dame komt zuslief en mij halen, M. blijft achter. We worden geleid naar wasbakken waar heerlijke geurende bruinkleurige kristallen in liggen. Zuslief moet voor de hogere wasbak gaan staan, ik voor de lagere. Logisch, want ik ben ook de kleinste. Dan moet ik naar boven, met een jongeman mee. Zuslief blijft bij de dame bij de wasbakken. Ik moet via de trap. Die is van glimmend gelakt lichtkleurig hout en voorzien van een willekeurige vlakverdeling in verschillende donkerdere kleuren.

Ik mag niet op  bepaalde donkere gedeelten lopen. “Want dat is ‘nen’” , zegt de jongeman en ik krijg de opdracht daar niet op te gaan staan. Ik doe mijn best, maar verlies toch aan het eind mijn focus en sta in een vakje ‘nen’. Niet echt iets aan de hand, maar er waren nog meer en andere soorten donkere kleuren en ik stap blijkbaar gewoon drie keer onbewust in een ‘nen’-vlak en niet in iets anders. Het voelt als een teken waarvan ik de betekenis nog niet weet.

Boven aangekomen zit er nog een andere, oudere meneer die mij hier lachend op aanspreekt: “Je hebt iets met ‘nen’, he? Oh en overigens, ik heb je werkgever gebeld en ik vond het een beetje raar dat ze niet meteen konden vertellen vanaf wanneer je daar in dienst bent.”

Ik begrijp niet waarom die man dat van mijn werkgever wilde weten en verwonderd word ik wakker.

Datsun-droom

Ik had mijn knalrode Datsun DC10 (? – nee, inderdaad, die bestond niet) geparkeerd naast de andere auto’s. Bij terugkomst zag ik tot mijn schrik en boosheid dat het rechterportier verdwenen was. Gewoon eruit gehaald. En niet alleen van mijn Datsun, maar van alle auto’s ontbrak het rechterportier. Dat feit accepterend bedacht ik me dat het dan gelukkig was dat er nog wel een hordeur (?!) in zat, dan zou ik namelijk niet al te veel last hebben van de regen die viel.

In de categorie: bizarre dromen (een categorie die nog niet bestaat, maar die er misschien wel moet komen).

Droom III

We leerden zeilen, op een vreemdsoortig type zeilboot. De ‘boot’ bestond slechts uit een onregelmatig gevormd verticaal opstaand vierkant frame en geen zeil. Doordat we de zijkanten heen en weer manoeuvreerden, bewogen we door het glasheldere azuurblauwe tropische water. Naar de overkant van de lagune, naar het eiland. Daar zouden we pauzeren. Op het strand aangekomen, liepen we naar het badhuis. De dieren, waaronder olifanten, gingen net in bad.

Onze vlinders konden nog niet zwemmen; het zou hun eerste ervaring zijn. We werden door die mevrouw dan ook naar de zijkanten gedirigeerd, want in de buurt van de grote dieren zou het gevaarlijk kunnen zijn. We gingen de witte trappen af, steeds dieper het water in. En we lieten onze vlinders los in het water. Ze spreidden hun vleugels, die tegelijkertijd in lengte verdubbelden. Ze gebruikten hun vleugels als een soort zwemvlies om onder water mee af te zetten. De ene met knaloranje in de vleugels en de ander met felgeel. Wat een sierlijk gezicht! We hebben ze uit het water gehaald en buiten gekomen vlogen ze direct tegen de gevel van het badhuis om in de zon hun vleugels te drogen. Ik probeerde een foto te maken met mijn nieuwe cameraatje, maar iemand stond in de weg. Een tweede keer lukte het wel.

En oja, ik moest ook nog twee oogpotloden kopen; een witte en een gele. Maar dat kan ook wel weer een andere droom geweest zijn. Mocht ik nog twijfels hebben over het al dan niet in kleur dromen: ik droom zéker weten in kleur. Nu nog weten of het allemaal een betekenis heeft…

Zondagochtend

Marty!!

Slechts één keer en luid en duidelijk.
En ik was direct klaarwakker.
Ik schoot mijn bed uit en keek door het raam: niemand.
Ik ging de trap af naar beneden en keek opnieuw door de ramen: weer niemand.
Zes uur vanochtend. De hele wereld lag nog op één oor.

Dromen

Ik droom vaak. En vaak als ik niet in een keer doorslaap. Bij de tweede keer in slaap vallen is het meestal raak. Vaak zijn die dromen heftig. En met heftig bedoel ik dan dat ze vaak erg gekleurd zijn door emoties, door gevoel. En ze gaan niet weg uit mijn hoofd. Ik vergeet ze niet. Vanochtend ook zo. Ik werd wakker, maar besloot nog niet uit bed te gaan. Het was nog te vroeg. Ik viel weer in slaap.

Om ergens in een vreemde stad te belanden (was het Parijs?) met mijn ouders. Met allebei. -Ik geloof niet dat ik eerder een droom had waarin zij samen voorkwamen.- We moesten naar een station. Om een trein te halen, ik denk de Thalys of de TGV. In ieder geval een trein die niet ieder uur ging. Ik reisde met mijn vader, mijn moeder ging alleen. Of wellicht was ze zelfs al op dat station, dat gedeelte blijft een beetje wazig. Wat me wel duidelijk werd, was dat ze zich allebei erg vreemd afhankelijk van mij opstelden. Vreemd ja, want dat waren ze niet. Ze konden hun boontjes goed zelf doppen. Maar enfin, ik nam Pa op sleeptouw. Maar we konden niet zo snel, want dan kreeg hij last van de benauwdheid die ‘m op het laatst zo dwars zat. En uiteindelijk kwamen we daar op dat station, waar mijn moeder al op ons wachtte. Maar de trein niet; die reed vlak voor onze neus weg. En hetzelfde herhaalde zich bij de tweede trein. En ik voelde me verschrikkelijk schuldig voor dat missen van die treinen, want ik was immers verantwoordelijk.

Het was uiteindelijk dus niet lekker wakker worden. Wat moet een mens nou toch met die slaap-waak-avonturen? Is er een dromendokter in de zaal?

Candid Camera

Ik kijk op het scherm naar een foto. Er ligt een lijf in bad, maar ik zie net het gezicht niet. Het lijf is dus soort van anoniem en kan iedereen zijn. Op de een of andere manier kijk ik vanuit een liggende positie. Lig ik in bed? Ook ik ben te zien voor wie de juiste apparatuur (cam?) heeft. Maar ik kijk slechts naar een foto en niet naar bewegend beeld. Dat betekent dat de ander ook geen bewegend beeld kan ontvangen.

Ik staar een hele tijd naar die foto en laat het beeld op me inwerken. Tot ik me ineens bewust wordt van iets dat niet klopt. Zag ik nou een beweging in die foto? Ik concentreer me en ja, ik zie beweging en mijn hart slaat drie keer over. Ik voel me betrapt. Het lijf van de foto stapt dan ineens uit bad en uit de foto en ik realiseer me dat niet ik alleen de hele tijd naar dat lijf heb liggen kijken, maar dat lijf dus ook naar mij…

(Wat een bizarre logica bestaat er toch in dromen…)