Smarts Blogt

Categorie -ethiek

Over verbroken banden

Een tijdje geleden alweer schreef ik dit:

schermafbeelding-2016-10-17-om-19-42-02

Maar overtreffende trappen zijn er altijd.

Wat was er nou eigenlijk dat er geen contact meer was? Geen idee. Het ‘enige’ wat zuslief en mij overkwam, was dat we onze ouders een jaar na elkaar kwijtraakten. Eerst Ma en toen Pa. Een groter verdriet heeft er tot die momenten in mijn leven niet bestaan. En ook sindsdien is daar nog niets in ‘ergte’ overheen gegaan. Maar een jaar na het overlijden van Pa riep iemand: “Nu moeten jullie het maar alleen doen, hoor!”. En dat was het.

Het is zoals het is. Jammer is het wel. Gênante momenten zijn er uiteraard als je elkaar zomaar ineens tegenkomt en na mijn enthousiaste begroeting de ander zich geen houding weet aan te meten. Zeer recent vroeg ik me ook af hoe dat dan moet als er nou iemand in de familie komt te overlijden. Hoe ga ik daar dan mee om? Word ik daarover ingelicht? Zou ik uitgenodigd worden? En als dat zo zou zijn, ga ik er dan heen of stuur ik alleen een kaartje? Nou ja, van dat soort dingen, dus. Ik bedacht het me nèt, toen het ineens ook echt-echt werd. In mijn stamboomspeurtocht op internet stuitte ik namelijk op verontrustende berichten die er wel eens op konden wijzen dat er iemand overleden was: een zus van onze moeder, onze tante zo u wil. Anderhalve week geleden al notabene (het had ook ook net zo goed een jaar later kunnen zijn als ik niet gestamboomspeurd had). Een paar telefoontjes later bleek het inderdaad zo te zijn. En de realiteit bleek dat wij echt niet zijn ingelicht. Nou ja, wij zijn dan ook ‘maar’ de dochters van een overleden zus, waarom zou je die inlichten? Maar ook een andere zus wist van niets. Geen telefoontje, geen kaartje of desnoods een whatsappje whatever, nee niets.

Uh. Ok.
Waaat???

Dat is toch iets wat me maar moeilijk loslaat. De dood zou toch al dat familie-gezeik moeten overstijgen? Dat leg je toch naast je neer en je laat het aan die ander om er wel of niet iets mee te doen? Je kunt toch op zijn minst je eigen zuster informeren? Het gaat er bij mij gewoon niet in dat (hopelijk nog lang niet) niemand mijn zus op de hoogte stelt van mijn overlijden als we bijvoorbeeld dan ruzie (om wat dan ook) zouden hebben.

Het houdt me bezig en ik vraag me werkelijk af wat onze moeder hiervan gevonden zou hebben. Wat zou ze tegen haar zussen en broer gezegd hebben? Een bloedverwant zulke essentiele informatie onthouden, past absoluut niet in mijn normen- en waardenplaatje. Zo ben ik niet opgevoed, zo hebben onze ouders het ons niet geleerd en daar ben ik trots op.

En de rest? Ze zoeken het maar uit.
Vandaag vond ik een blog waarin bevestigd werd dat onze familie hierin helaas niet uniek is. Die wetenschap helpt voor geen meter, maar dat we er niet alleen mee zitten is wel een klein beetje troost. Hier een stukje tekst dat ik uit die blog heb overgenomen:

…En daarmee basta? Nee, was het maar zo makkelijk. Ook het verlies van een familie(band) gaat een leven lang mee. Ik mis ze niet meer in mijn dagelijks bestaan, maar wat was het fijn geweest als ik mijn gezin twee keer per jaar richting Twente zou kunnen rijden, en dat we ons dan net als jaren geleden zouden verkneukelen om de herkenbare kaaklijnen, de lange ruggen, de waggelende loopjes, de schaterende lachsalvo’s. Het is zoals het is, maar blijft toch een pijnlijk punt in mijn leven. En waarschijnlijk ook in hun leven. Ik zie hun pijn, ik erken hun verdriet. Maar onze oevers grenzen niet meer aan elkaar. En ik laat het. Voor nu. … Bron: http://www.daanwesterink.nl/blog/rouw-maakt-meer-stuk-dan-je-lief-is/

Coach vestiging

Een 16-jarige Syrische die samen met haar moeder en zusje haar vader is nagereisd. “Can you show me the bibliotheek?” Maar natuurlijk.
Ik loop met haar mee.

Ze is open, nieuwsgierig, ambitieus. En ze heeft de zware taak van oudste en Engelssprekende dochter die veel te veel verantwoordelijkheden voor haar leeftijd krijgt. Ik gun haar alle geluk van de wereld met dit nieuwe begin en probeer er mijn kleine steentje aan bij te dragen. 

Omdat ook zíj het waard is. 

(Sinds een paar weken doe ik vrijwilligerswerk voor Stichting Vluchtelingenwerk). 

Geconcentreerd

Een wandeling over de Grebbelinie met zus vormde de basis van een trip naar Oost-Europa. We kwamen namelijk tot de conclusie dat -hoewel de holocaust zeker onderdeel was van onze opvoeding- we beiden nog nooit een concentratiekamp bezocht hadden. Zoals we zijn hebben we er in een tijdsbestek van vijf dagen drie bezocht. Want als we iets doen, doen we het ook goed.

Een dag of wat van te voren online hotels geboekt en op dinsdagavond na het werk in de auto en op weg naar de eerste bestemming: Auschwitz, 1200 kilometer verderop. Vervolgens naar Theresienstadt (of Terezin) in Tsjechie en daarna naar Buchenwald in Duitsland en dan weer op weg naar huis.

Een pleziertochtje? Nee, niet echt. Maar wel verplichte kost; zou iedereen moeten doen. Als was het maar omdat je met je neus op de feiten gedrukt wordt over wat mensen elkaar aandoen en op welke schaal dat destijds is gebeurd. Zo blijf ik erg onder de indruk van de krankzinnige, bijna waanzinnig geniale systematiek, de gewetenloze efficiëntie waarmee de Nazi’s en/of SS’ers destijds hebben gepland, georganiseerd, gehandeld hebben. Het gaat mijn begripsvermogen voorbij. Ik zal er nog een tijd over nadenken. Voor nu even een compilatie van instagrammetjes. Hoe leg je -met respect voor hen die het hebben ondergaan, ervan getuige zijn geweest of er nog last van hebben- zoiets gruwelijks vast?

Lastig.

 

collage

Veranderen

Tulku Lobsang RinpocheVandaag was ik bij een lezing van Tulku Lobsang over de boeddhistische visie op ons Westers leiderschap. Ik heb aantekeningen gemaakt om een paar handvatten mee te nemen in mijn leven en in mijn werk.

‘Verandering IS. Alles verandert constant en overal, niets is voor altijd. Niks tegen te doen. Maar jij kunt wel invloed hebben in het tempo en de richting (anderen veranderen of jezelf veranderen) van de verandering.

Wil je meer problemen? Probeer dan de ander te veranderen. Wil je minder problemen? Zoek dan de verandering in jezelf.’

Vrij naar: Tulku Lobsang Rinpoche

Ascendant

Al eerder dacht ik te weten wat mijn ascendant was. Ik had mijn geboortetijd (dacht ik dus) afgelezen van een foto van mijn geboortetegel. Geen idee waar de tegel zelf is gebleven. Hoedanook. Met die tijd op die dag zou de weegschaal ook mijn ascendant zijn. Niets is minder waar. Uit mijn geboorteakte blijkt een andere tijd. En als ik daarmee ga rekenen kom ik op de ascendant van schorpioen. Hoewel confronterend in sommige opzichten, past die me als een paar warme pantoffels in de winter. Op diverse plekken op het www kun je je geboortehoroscoop laten maken. Ik heb er zomaar even wat uitgepikt, alsof ik mezelf zie 😀

Het lijkt wel of je instinctief andere mensen begrijpt en ook weet waarom mensen zich gedragen op de manier zoals ze zich gedragen. Omdat je niet veroordelend bent en je een goed inlevingsvermogen hebt, is het makkelijk voor de mensen in je omgeving je alles te vertellen. Omdat je zo objectief bent, ben je in staat om alle kanten van een zaak te zien zonder enig vooroordeel. Je zou er goed aan doen als je probeert om het goede in de mensen om je heen te zien in plaats van dat je een lijst maakt waar je hun fouten op bijhoudt.Je kent maar zelden momenten van twijfel. Je blijft niet lang hangen in ondernemingen die niet lukken. Je bent een optimist en je ziet mislukkingen als essentiele stappen op weg naar succes. Er is niets dat je meer ergert dan onbelangrijk gekibbel en banale en kleingeestige vooroordelen. Je denkt in het groot en je hebt geen tijd voor mensen die cliches gebruiken en roddelen. Je bent geboren in een periode met een onderliggende stroom van diepgewortelde gewoontes, waarbinnen spiritueel bewustzijn het voornaamste is. Je bent geboren in een periode met een onderliggende stroom van rusteloosheid en een extreme behoefte aan vrijheid die alles overheerst. Je bent zeer intolerant als het gaat om beperkingen op je recht om je eigen weg te volgen.

Weet jij je geboorteplaats en -tijd en wil je ook je geboortehoroscoop bekijken, dat kun je (onder andere) hier doen.

Een verse witte roos

Ik schreef al eerder over haar. Mijn Buuffie. Sinds een jaar of 14 wonen we in elkaars buurt. Niet naast elkaar, maar dicht bij elkaar. Ik kom nog uit een tijd waarin de hele straat buurvrouw en buurman genoemd werden. Ze is dus gewoon mijn buurvrouw. Ook al woont ze formeel schuin achter ons. Ze hebben weinig aansluiting met de rest van de buurt. Het accordeert gewoon niet, waar zij vandaan komen verschilt blijkbaar teveel met waar de anderen vandaan komen. Al 14 jaar niet.

Ik heb geen last van rangen en standen. Erger nog, ik ben er wars van. In z’n blote kont ziet ieder mens er uiteindelijk hetzelfde uit en daarvan heb ik er genoeg gezien toen ik nog verpleegkundige was en er zelfs nog een ‘klasse’-afdeling bestond. De aanvullend verzekerden kregen daar roomboter in plaats van margarine op hun brood. En maximaal een tweepersoonskamer in plaats van met z’n achten op een zaaltje.

Het contact met hen werd ingegeven door de buurman. “Wat zijn dat voor bloemen in jullie heg?” “Passiebloemen”, antwoordde ik. “Oh”, grapte hij, “vandaar dat ik ze niet ken. Passie kennen wij al lang niet meer!” Daarna kwam er kater Karel. Karel kwam bij ons aanlopen en vertrok na enige tijd naar hen. Bij hen was het blijkbaar beter. Toen was er de hond die niet wilde luisteren en steeds ontsnapte. Als niets meer hielp, belden ze bij mij aan en als een wonder: als ik ‘m riep, kwam hij wel naar mij toe.

Toen ineens het bericht dat de hond weg moest. Ze was ziek en te moe om nog met hem uit te gaan: longkanker en geopereerd, bestralingen en chemo volgden. Het ging, afgezien van wat complicaties, weer een tijdje goed tot het volgende nare bericht: uitzaaiingen in het hoofd met alle problemen die daarbij horen. Met enige regelmaat ging ik even bij hen langs, vragen hoe het nou ging. Even een bosje rozen brengen. En altijd zei ze: ik kom gauw een bakkie bij je doen zodra het weer gaat.

De afgelopen maanden reden ambulances en auto’s van de dokterspost af en aan. Toch weer tumoren in de longen en de lever die opspeelde. Op tweede kerstdag ging ze opnieuw het ziekenhuis in. Elke week ga ik even bij haar aan. De eerste keer met een klein vaasje met een roos en ik ververs ‘m iedere week. Gewoon, één roos. Vorige week zei ze, zo ziek als ze was: “Ik zeg toch steeds dat ik een bakkie bij je kom doen, maar dat zeg ik niet meer hoor. Ik geloof niet dat het er op korte termijn van gaat komen, dus ik zeg het maar niet meer”.

Vanmiddag stond ineens haar kleindochter van 8 jaar voor m’n raam. Ze wist blijkbaar waar ik woonde (net zo verbaasd was ik vorige week dat die kleine dame mijn naam kende). Met twee vriendjes, ze waren aan het sleeën. Dat het niet goed ging met oma, dat ze haar in slaap gingen brengen. Dat ze dan wel dood zou gaan. Maar dat ik nog wel langs mocht komen. Vandaag dan, want anders zou ze slapen. En dat oma had gezegd dat ze begraven wilde worden. En dat haar pappa erg verdrietig is. En dat opa voorlopig bij oma in het ziekenhuis zou blijven.

Met een nieuwe verse roos ging ik vanavond naar het ziekenhuis. Zuslief was de vorige keer al mee en nu ook. Op de afdeling werden we direct naar de familiekamer gedirigeerd. Buuf ging aan de morfine en de dormicum en moest in alle rust in slaap vallen. Op naar het eind. Er was verbazing alom dat ik er was. Ze waren namelijk al de hele dag in het ziekenhuis en toen het besluit genomen was om Buuf te laten slapen wilden ze mij informeren, maar wisten alleen m’n huisnummer en voornaam. Bij 1850 wilden ze daarmee niet ons telefoonnummer geven. Een andere oplossing om mij te waarschuwen konden ze zo gauw niet bedenken. Kleindochter had het gesprek met 1850 meegekregen en was ’s middags spontaan, zonder dat iemand het wist, mij komen waarschuwen. Haar pappa en mamma werden, toen wij binnenstapten en ik vertelde dat ik was geïnformeerd door hun dochter,  ineens geconfronteerd met de volwassenheid van dat kleine meisje, die mij op een kinderlijk simpele manier wel wist te bereiken en te informeren. Ontroerend.

Toen Buuf diep in slaap was, zijn we heel zacht haar kamer ingelopen. Ik heb een nieuwe verse roos op haar nachtkastje gezet. Het was een witte dit keer. Buuf’s ademhaling was diep en onregelmatig, slangen in haar lijf en rode blossen op haar wangen van de koorts. Ik denk dat dit de laatste roos was die ik op haar ziekenhuisnachtkastje heb gezet.

Dag Buuffie, ik denk aan je terwijl jij met het laatste stukje van je reis bezig bent.

UA-7562682-1