Smarts Blogt

Tag -droom

image_pdfimage_print

Vijgentak

Ik had een afspraak met een collega, er zat een adres bij. Ik moest er heen en moest er om half 10 zijn. Ik ging bij licht weg. Het was nogal dringend en het had volgens mij met het anorexiameisje (van mijn werk, red.) te maken. Die collega wist misschien een oplossing en er was dus haast bij. Ik moest met het openbaar vervoer, maar welk, dat weet ik niet meer. Ik wist ook niet uit welke kant ik het station moest uitstappen en gokte. Natuurlijk koos ik de verkeerde uitgang en ik moest een plein oversteken. Daarna liep ik in een flatgebouw een trap af naar beneden, maar dat was niet slim; ik was namelijk op de begane grond begonnen en dus eindigde ik nu in de fietsenkelder.

Daarom ging ik maar weer naar boven en dat moest via een bijzonder ingewikkelde trap, waarbij ik via de armleuningen naar boven moest klauteren. Twee bewoonsters zagen me en zeiden me dat ik ook gewoon de lift had kunnen gebruiken, duh. Via de begane grond van het flatgebouw, waar een binnentuin bleek en waar één van hen nog niet zo lang geleden een vijgentak had geplant, naar buiten. Ik moest even zoeken naar de uitgang.

Al die tijd liep de klok door en ik zou half tien zeker niet halen, kwart voor tien misschien wel. Ik wist ook niet meer wat het adres van die collega (P.K.) was en het was inmiddels donker. Er was een fontein waar een paar jongens zich gingen wassen, maar waar ook de politie achteraan ging. Een jonge toeschouwer (met een Surinaams (?) voorkomen) wist te vertellen wat ze gedaan hadden, maar ik verstond het niet. Hij liep met me mee en ik kreeg een ongemakkelijk gevoel. Ik probeerde me bovendien ook te concentreren op het vinden van het adres van die collega. Ze had het gewhatsappt, maar op welke telefoon? Op die van mezelf of op die van het werk? En anders zou ik haar moeten bellen, maar ook dat lukte niet goed omdat ik boos werd. Het stoorde me namelijk dat die  jongen maar met me bleef meelopen. Ik moest rennen.

Kawa

We moesten/mochten op bezoek bij Poetin met een hele groep. Ik had een kussen voor mijn buik, geen idee waarom. Zal iets met mijn zere ribben te maken hebben. We moesten koffie drinken. Ik vroeg nog aan M. of koffie ‘kawa’ was in het Russisch. Poetin zag er erg slecht uit, maakte zich zorgen en ik stelde hem gerust. Iemand liet een paar insecten los en die kropen via een paal naar boven. Toen ineens werden we door een klaphek buiten gezet. Ik mocht niet meer terug erin.

En dan iets over het parkeren van een soort van camper strak naast een andere camper. Het paste maar net. En vandaar ging ik weer terug naar dat eerdere gebouw waar Poetin zat. Ik stapte met mensen in de lift, maar wist niet welke verdieping ik er uit moest. Ik dacht dat hij wel op ’t penthouse zou zitten. Er stapten eerst mensen uit, ik bleef staan. Ik stapte uiteindelijk wel met iemand anders uit. Die mensen van die andere camper hadden iets gekookt en dat kregen we te eten. Het zag er niet zo heel lekker uit en ineens bedacht ik me dat die insecten van eerder afluisterapparatuur waren, soort van technische (James-Bond?) gadgets die vanzelf omhoog kropen en dan vanuit het plafond het geluid doorgaven. Ik kreeg het gevoel dat ik iemand moest waarschuwen.

En toen werd ik wakker.

 

Een beetje chaotisch, maar dit zijn de flarden die ik me kan herinneren. Die Poetin vind ik overigens een ver-schrik-ke-lijk-e man.

De Russen komen!

Op vakantie of was het werk? Russische soldaten kwamen het dorp/stad binnen marcheren. Zwembad of kanaal? Geen idee. De soldaten stonden tot de knieën in gelid opgesteld in het water. Ik wilde foto’s maken met mijn telefoon en die naar Zuslief sturen, maar iemand zag me. Ik durfde niet.

Op het werk moest ik iets met S. bespreken, maar A. had verkeerd gepland en nam voorrang. Ik zei: “Komt morgen wel”. Kom ik de volgende dag terug, bleek er ineens iemand anders op mijn stoel in mijn werkkamer te zitten. Een Russische soldaat had er (in burgerkleding) zijn intrek genomen. Ik liep verder de gang op op zoek naar een andere werkplek en kwam mijn collega’s tegen. We moesten met z’n allen op een grote kamer gaan werken, maar alle plekken waren al bezet. Een collega zette met een gezicht vol wanhoop de prullenbak in een hoek, die moest fungeren als toilet.

Later (of eerder?) liep ik in de gang vanwaar ik goed zicht had op de soldaten in het water. Ik wilde ze (opnieuw) fotograferen. Dat was moeilijk, maar het lukte wel. Ik kon de foto’s naar Zuslief whatsapp’ en. Blijkbaar wist de rest van Nederland (of de wereld?) niet dat dit bij ons gaande was. Kort daarna kwam ik Vladimir Putin op de gang tegen, hij was samen met zijn vrouw. Ik was met M. Ik zag aan Putin’s ogen (in mijn droom zag ik ze in close-up) dat hij moe was. Maar ik zag ook dat hij wist dat ik foto’s had doorgestuurd. Hij liet me dat voelen door wat hij zei, hoewel ik me niet kan herinneren wat hij zei. Het intimideerde me schijnbaar wel, want ik was een beetje bang. Hij moest door. Hij gaf me een hand, hield die te lang vast en zei nog dat hij vond dat mijn parfum hem erg aansprak.

:-/

Zwart en onstuimig

Ruwe tekening van mijn droom.

We zaten met drie ergens in het gras. M1, M2 en ik. Het was mooi weer, de zon scheen en het gras was knalgroen. Ergens gingen we op een moment uit elkaar met de belofte dat we elkaar op een bepaald moment zouden treffen. Geen idee wanneer M1 en M2 weg zijn gegaan, maar ik zie dat de plaid die in het gras lag, nat was geworden. We hadden ‘m blijkbaar voor een gedeelte in een grote plas gelegd zonder daar erg in te hebben. Het volgende moment word ik door iemand ergens heen gebracht. Ook weer geen idee waar ik ben. Het voelt Amerikaans. Het is inmiddels ook donker geworden en er is storm op komst. Ik stap uit (wat het ook geweest is waar ik door gebracht ben..?) en sta alleen op een soort van houten pier die aan zeewater grenst. Ver aan de overkant zie ik gebouwen. Het is erg donker en de golven worden steeds hoger.

Vanaf het hout van de pier kan ik in een transparante glazen (of plexiglas?) buis/tunnel stappen. Het is de bedoeling dat ik daardoorheen loop. Het is een vreemde gewaarwording. De golven slaan tegen de zijkant van de glazen wand. Hier en daar zitten aan de zijkanten openingen met miniglijbaantjes. Mensen kunnen erdoor naar buiten glijden, maar je kan er niet door terug naar binnen. In een van de openingen zie ik de hand van iemand en ik vraag me af wat iemand met dit weer in het water doet. Buiten wordt het steeds zwarter en onstuimiger.

Ineens realiseer ik me dat ik had afgesproken met M1 en M2, maar ik ben niet waar zij zijn en ik heb ook geen idee waar ik dan wel moet zijn of waar zij zijn? Ik heb geen adres of iets, maar ook geen mobiel, dus ik Kan M1 niet bellen. Wat kan ik doen, waar moet ik heen en hoe vinden we elkaar weer?

….

En wakker.

..?..

Shats Hatsu

Het voelt alsof we ter plekke besluiten om uit nieuwsgierigheid een kijkje te nemen; M., zuslief en ik. Zuslief en ik mogen eerst. We lopen een Japans-groene (bestaat die kleur?) ruimte met donkergroene accenten in.

Het heet ‘Shats Hatsu’ of iets dergelijks.  Een blonde dame komt zuslief en mij halen, M. blijft achter. We worden geleid naar wasbakken waar heerlijke geurende bruinkleurige kristallen in liggen. Zuslief moet voor de hogere wasbak gaan staan, ik voor de lagere. Logisch, want ik ben ook de kleinste. Dan moet ik naar boven, met een jongeman mee. Zuslief blijft bij de dame bij de wasbakken. Ik moet via de trap. Die is van glimmend gelakt lichtkleurig hout en voorzien van een willekeurige vlakverdeling in verschillende donkerdere kleuren.

Ik mag niet op  bepaalde donkere gedeelten lopen. “Want dat is ‘nen'” , zegt de jongeman en ik krijg de opdracht daar niet op te gaan staan. Ik doe mijn best, maar verlies toch aan het eind mijn focus en sta in een vakje ‘nen’. Niet echt iets aan de hand, maar er waren nog meer en andere soorten donkere kleuren en ik stap blijkbaar gewoon drie keer onbewust in een ‘nen’-vlak en niet in iets anders. Het voelt als een teken waarvan ik de betekenis nog niet weet.

Boven aangekomen zit er nog een andere, oudere meneer die mij hier lachend op aanspreekt: “Je hebt iets met ‘nen’, he? Oh en overigens, ik heb je werkgever gebeld en ik vond het een beetje raar dat ze niet meteen konden vertellen vanaf wanneer je daar in dienst bent.”

Ik begrijp niet waarom die man dat van mijn werkgever wilde weten en verwonderd word ik wakker.

Datsun-droom

Ik had mijn knalrode Datsun DC10 (? – nee, inderdaad, die bestond niet) geparkeerd naast de andere auto’s. Bij terugkomst zag ik tot mijn schrik en boosheid dat het rechterportier verdwenen was. Gewoon eruit gehaald. En niet alleen van mijn Datsun, maar van alle auto’s ontbrak het rechterportier. Dat feit accepterend bedacht ik me dat het dan gelukkig was dat er nog wel een hordeur (?!) in zat, dan zou ik namelijk niet al te veel last hebben van de regen die viel.

In de categorie: bizarre dromen (een categorie die nog niet bestaat, maar die er misschien wel moet komen).

Droom III

We leerden zeilen, op een vreemdsoortig type zeilboot. De ‘boot’ bestond slechts uit een onregelmatig gevormd verticaal opstaand vierkant frame en geen zeil. Doordat we de zijkanten heen en weer manoeuvreerden, bewogen we door het glasheldere azuurblauwe tropische water. Naar de overkant van de lagune, naar het eiland. Daar zouden we pauzeren. Op het strand aangekomen, liepen we naar het badhuis. De dieren, waaronder olifanten, gingen net in bad.

Onze vlinders konden nog niet zwemmen; het zou hun eerste ervaring zijn. We werden door die mevrouw dan ook naar de zijkanten gedirigeerd, want in de buurt van de grote dieren zou het gevaarlijk kunnen zijn. We gingen de witte trappen af, steeds dieper het water in. En we lieten onze vlinders los in het water. Ze spreidden hun vleugels, die tegelijkertijd in lengte verdubbelden. Ze gebruikten hun vleugels als een soort zwemvlies om onder water mee af te zetten. De ene met knaloranje in de vleugels en de ander met felgeel. Wat een sierlijk gezicht! We hebben ze uit het water gehaald en buiten gekomen vlogen ze direct tegen de gevel van het badhuis om in de zon hun vleugels te drogen. Ik probeerde een foto te maken met mijn nieuwe cameraatje, maar iemand stond in de weg. Een tweede keer lukte het wel.

En oja, ik moest ook nog twee oogpotloden kopen; een witte en een gele. Maar dat kan ook wel weer een andere droom geweest zijn. Mocht ik nog twijfels hebben over het al dan niet in kleur dromen: ik droom zéker weten in kleur. Nu nog weten of het allemaal een betekenis heeft…

UA-7562682-1