Smarts Blogt

Tag -trein

image_pdfimage_print

Stiltecoupé

Situatie: overvolle coupé met rumoerige mensen in de spitsstoptrein Rotterdam-Dordrecht.

ringtone gaat ter hoogte van Barendrecht

Hoi!…– kuch …Tja, het gaat wel…– kuchblaf – …Nee, ben ik niet vergeten….– kuchekucheblaf –… Ja…maarreh….misschien moeten we het maar even uitstellen…– kuch –…Ja, uitstellen, kom je anders toch een andere keer?…Nou, die dokter zegt dat ik kinkhoest heb en dat is héél erg besmettelijk…– kuch –…”

Dit is óók een manier om een coupé in één keer rustig te krijgen (én leeg op het eerstvolgende station).

🙂

Gangpadzitters

Ik trein alweer een aardig tijdje. En mijn intercity-rit duurt welgeteld 12 hele minuten. Mits er geen vertraging is natuurlijk. In die twaalf minuten wil ik graag een zitplaats en iets te doen. En da’s vaak een uitdaging die ik op een gecombineerde manier aanpak.

De forensen-spits-treinen van zo ergens een uur of vijf ’s middags vanuit Rotterdam zitten barstenvol. Als het me dan lukt om in de buurt van de stoelen te komen -soms strand ik al met 18 man ‘lepeltjelepeltje’ (ieuw!) op het balkon- zijn daar soms van die mensen die op de stoel aan het gangpad zitten, terwijl de stoel aan het raam nog vrij is. Gangpadzitters dus. En waarom doen ze dat? Omdat hun tas persé bij het raam moet ‘zitten’? Of misschien was net die ene raamzitter opgestaan en uitgestapt? Dan zou je toch denken dat ze doorschuiven? Misschien verlegen?

Ik heb er over nagedacht en ik denk het volgende: Ze hopen dat het voor de ander teveel moeite is om te vragen of ‘ie op die raamstoel mag zitten en over ze heen te klimmen op weg naar die stoel. Hah! Dan moet je net mij hebben. Want zocht ik niet én een zitplaats én iets te doen? Dus al moet ik over ze heen klimmen, maar die plek wordt voor mij. Nog leuker wordt het als dat hele ritueel zich herhaalt, omdat ík er in Dordrecht weer uit moet en de gangpadzitter niet. 🙂

Horen zien zwijgen

Ik trein alweer een tijdje. Van Dordrecht naar Rotterdam en weer terug. Ergens onderweg kom je twee punten tegen waar (afhankelijk van de provider) de mobiele telefoons het wel/niet of helemaal niet doen omdat er geen bereik is. Station Barendrecht en tunnel station Blaak. Elke dag zitten er mensen in de trein die dat niet weten.

Maar… er zitten ook heel wat mensen in die dat wél weten, want die reizen, net als ik, élke dag dat traject. En iedereen die dat traject vaker reist, weet dat die niet-wetende-mensen (al dan niet luidruchtig) kwebbelend onder het bereik van zendmasten doorschieten en na een minuut allemaal hetzelfde doen: “Kwebbel…kwebbel…kwebbel… … … hallo…hallo?” Telefoon wordt van oor gehaald – even kijken op scherm – oh… grmpf…geen bereik – en jezelf een houding proberen te geven ten overstaan van een hele coupé (wetende? meeluisterende?) mensen.

Mensen die allemaal wisten dat dit ging gebeuren, omdat dat elke dag gebeurt. En NIEMAND die even zegt: “Pssst, tunnel…geen bereik…”. En ik geef het gelijk toe, ik ook niet. Want het is best een dilemma: Ik wil niet net doen of ik zit mee te luisteren. Ik wil me niet tegen iemand aan bemoeien. En bovendien, de rest van de coupé luistert mee. En zo lijkt het alsof er onder de vaste forensen een stilzwijgende deal wordt gesloten: we weten wat er gaat gebeuren, we doen gewoon net of we niets horen, niets zien en we zeggen lekker ook niks. Yesss….daar heb je d’r weer één die tegen een verbroken verbinding zit te blaten!

UA-7562682-1