Smarts Blogt

Tag -ziek

image_pdfimage_print

Dina

Dina – 19 jaar

Op 17 maart 2017 vierden we haar 19de verjaardag. Feest!

Voor een Bengaal een uitzonderlijk hoge leeftijd. Op een forum op Facebook heb ik me nog speciaal aangemeld of er meer bengalen waren die zo’n respectabele leeftijd hadden bereikt, maar nee. Niet een.  Natuurlijk was ze oud en ziek en hielden we er rekening mee dat ze het elk moment welletjes zou vinden en ermee zou ophouden. 5 mei was het zover.

Ik geloof niet eens dat het haar nieren waren die ermee ophielden, maar ‘gewoon’ opnieuw HCM, waar haar zus eerder aan overleed. Een trombose voor het hart en hoppa. Binnen 5 minuten zat ik in mijn up in het dierenziekenhuis (want lief in Sardinië en zuslief diep in slaap) en binnen de tien minuten die daarop volgden was het over. Onze bikkel van 19 is benauwd heengegaan, maar zo snel als het maar kon.

Daarmee is het eind van een tijdperk; het bengalentijdperk afgesloten. En is aanloper Jantje nog de enige kat aan wie we ons verbonden hebben.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

En zo…

…zijn we weer een maand verder. Het is alweer mei 2016. Time flies.

Hardlopen gaat nog steeds hartstikke goed. Ik train nog steeds voor de 10 km. Iedere week een kort rondje; een langere en een intervaltraining. Die intervaltraining is toch wel het meest lastige, hoor. Zwaar ook om steeds weer die versnelling vol te houden. Maar vooralsnog gaat het goed. Houden zo en voorzichtig blijven met knie en achillespees is het devies.

Op het werk ook zijn gangetje. The usual gezeik at the office. Mensen die niet communiceren, verborgen agenda’s. Ik ben gevraagd als mentor voor iemand die het zelfde beroep als ik wil gaan doen. Leuk. Leuker eigenlijk nog omdat ik hem werd aangeraden door een staf-iemand en twee managers. Dat vervolgens een andere manager denkt dat ik dit als een ‘gunst’ oppak en het mentoren in mijn vrije tijd zal doen, omdat ik ‘het zo leuk vind om het te doen’, was weer te belachelijk voor woorden. Maar ja. Ook dat zal goedkomen. Het is maar werk en dat is een dagelijks mantra. En het valt in het niet bij andere problemen op dees’ aardkloot. Gezondheid bijvoorbeeld. Sommige mensen krijgen zomaar ineens rotberichten en moeten zich voorbereiden op een afscheid. Niet leuk.

En toen zouden Zuslief en ik gaan skiën, maar chronisch geldgebrek zat ons in de weg. Een weekje naar de Jura op bezoek bij dierbare vrienden was een superalternatief. Wederhelft moest werken en bleef thuis.

Ik zou hier zo willen wonen :-)

Chateau Chalôn

Dus lekker met z’n tweetjes op pad. In de gîte van hun dochter -lekker riant met 3 slaapkamers en 2 badkamers en een geweldige leefkeuken- konden we elkaar kwijtraken. Het weer in NL was prut en wij hebben welgeteld maar 1 dag regen gehad. Verdiend mooi weer dus. Lekker gegeten in hun pizzeria, gespeeld met de kleindochters, op pad en rondje Genève gedaan, toch nog sneeuw gezien. Kortom: heerlijk.

Teruggekomen besloot Radiohead hun nieuwe album te releasen. Heerlijke muziek, maar stress: 21 mei ga ik ze zien in de HMH. Moet dus hard oefenen op te teksten, anders kan ik niet meeblèren. Ook de Red Hot Chili Peppers hebben een nieuwe single uitgebracht en het album zit er aan te komen. Die gaan we zien op Pinkpop. Maar we hebben Glastonbury ook nog! Nog meer meezingstress 🙂  Gisteren hebben we besloten om ook nog naar Placebo in de Ziggo-dome te gaan, maar dat is pas in November. Daar hebben we nog even voor.

En verder? De computer helemaal opnieuw geïnstalleerd, hij werd zooo traag. Hij is nu weer lekker schoon en opgeruimd. Ik hou van opgeruimd. Het is mij om mij nog niet opgeruimd genoeg, maar het vraagt om drastische opruimmaatregelen. Die kan ik helaas niet in mijn up beslissen :-). Dus nu is er heel veel op de nominatie om weggegooid / gerecycleerd in de kringloopwinkel / gedoneerd te worden, maar zover is het nog niet. Voor sommige mensen duurt dat proces van loslaten wat langer dan voor anderen. Gelukkig heb ik (bijna) eindeloos geduld 🙂

En oja, even for the records: gisteren mosselen gegeten en na drie uur op en boven het toilet. Wat er in was gegaan, kwam er nog harder uit. Een slechte mossel of een allergie? Als ik het opschrijf ga ik het wellicht ontdekken, mocht het nog een keer gebeuren. Wel goed voor de lijn, dat dan weer wel. Om met Cruijff te spreken: ieder nadeel heb z’n voordeel.

 

Een verse witte roos

Ik schreef al eerder over haar. Mijn Buuffie. Sinds een jaar of 14 wonen we in elkaars buurt. Niet naast elkaar, maar dicht bij elkaar. Ik kom nog uit een tijd waarin de hele straat buurvrouw en buurman genoemd werden. Ze is dus gewoon mijn buurvrouw. Ook al woont ze formeel schuin achter ons. Ze hebben weinig aansluiting met de rest van de buurt. Het accordeert gewoon niet, waar zij vandaan komen verschilt blijkbaar teveel met waar de anderen vandaan komen. Al 14 jaar niet.

Ik heb geen last van rangen en standen. Erger nog, ik ben er wars van. In z’n blote kont ziet ieder mens er uiteindelijk hetzelfde uit en daarvan heb ik er genoeg gezien toen ik nog verpleegkundige was en er zelfs nog een ‘klasse’-afdeling bestond. De aanvullend verzekerden kregen daar roomboter in plaats van margarine op hun brood. En maximaal een tweepersoonskamer in plaats van met z’n achten op een zaaltje.

Het contact met hen werd ingegeven door de buurman. “Wat zijn dat voor bloemen in jullie heg?” “Passiebloemen”, antwoordde ik. “Oh”, grapte hij, “vandaar dat ik ze niet ken. Passie kennen wij al lang niet meer!” Daarna kwam er kater Karel. Karel kwam bij ons aanlopen en vertrok na enige tijd naar hen. Bij hen was het blijkbaar beter. Toen was er de hond die niet wilde luisteren en steeds ontsnapte. Als niets meer hielp, belden ze bij mij aan en als een wonder: als ik ‘m riep, kwam hij wel naar mij toe.

Toen ineens het bericht dat de hond weg moest. Ze was ziek en te moe om nog met hem uit te gaan: longkanker en geopereerd, bestralingen en chemo volgden. Het ging, afgezien van wat complicaties, weer een tijdje goed tot het volgende nare bericht: uitzaaiingen in het hoofd met alle problemen die daarbij horen. Met enige regelmaat ging ik even bij hen langs, vragen hoe het nou ging. Even een bosje rozen brengen. En altijd zei ze: ik kom gauw een bakkie bij je doen zodra het weer gaat.

De afgelopen maanden reden ambulances en auto’s van de dokterspost af en aan. Toch weer tumoren in de longen en de lever die opspeelde. Op tweede kerstdag ging ze opnieuw het ziekenhuis in. Elke week ga ik even bij haar aan. De eerste keer met een klein vaasje met een roos en ik ververs ‘m iedere week. Gewoon, één roos. Vorige week zei ze, zo ziek als ze was: “Ik zeg toch steeds dat ik een bakkie bij je kom doen, maar dat zeg ik niet meer hoor. Ik geloof niet dat het er op korte termijn van gaat komen, dus ik zeg het maar niet meer”.

Vanmiddag stond ineens haar kleindochter van 8 jaar voor m’n raam. Ze wist blijkbaar waar ik woonde (net zo verbaasd was ik vorige week dat die kleine dame mijn naam kende). Met twee vriendjes, ze waren aan het sleeën. Dat het niet goed ging met oma, dat ze haar in slaap gingen brengen. Dat ze dan wel dood zou gaan. Maar dat ik nog wel langs mocht komen. Vandaag dan, want anders zou ze slapen. En dat oma had gezegd dat ze begraven wilde worden. En dat haar pappa erg verdrietig is. En dat opa voorlopig bij oma in het ziekenhuis zou blijven.

Met een nieuwe verse roos ging ik vanavond naar het ziekenhuis. Zuslief was de vorige keer al mee en nu ook. Op de afdeling werden we direct naar de familiekamer gedirigeerd. Buuf ging aan de morfine en de dormicum en moest in alle rust in slaap vallen. Op naar het eind. Er was verbazing alom dat ik er was. Ze waren namelijk al de hele dag in het ziekenhuis en toen het besluit genomen was om Buuf te laten slapen wilden ze mij informeren, maar wisten alleen m’n huisnummer en voornaam. Bij 1850 wilden ze daarmee niet ons telefoonnummer geven. Een andere oplossing om mij te waarschuwen konden ze zo gauw niet bedenken. Kleindochter had het gesprek met 1850 meegekregen en was ’s middags spontaan, zonder dat iemand het wist, mij komen waarschuwen. Haar pappa en mamma werden, toen wij binnenstapten en ik vertelde dat ik was geïnformeerd door hun dochter,  ineens geconfronteerd met de volwassenheid van dat kleine meisje, die mij op een kinderlijk simpele manier wel wist te bereiken en te informeren. Ontroerend.

Toen Buuf diep in slaap was, zijn we heel zacht haar kamer ingelopen. Ik heb een nieuwe verse roos op haar nachtkastje gezet. Het was een witte dit keer. Buuf’s ademhaling was diep en onregelmatig, slangen in haar lijf en rode blossen op haar wangen van de koorts. Ik denk dat dit de laatste roos was die ik op haar ziekenhuisnachtkastje heb gezet.

Dag Buuffie, ik denk aan je terwijl jij met het laatste stukje van je reis bezig bent.

Eigenwijs?

Het jaar is pas 13 dagen oud en ondanks mijn buikgriep op de eerste dag van het nieuwe jaar, ben ik momenteel ‘Pieterburen‘. Want ik schreef nog wel dat het alleen maar beter kon worden. Nog even niet dus. Eigenwijs als ik ben, meld ik me niet ziek. Want…‘Schoolziek is niet ziek!’ -stel je voor dat iemand denkt dat ik spijbel- en bovendien was het hebben van koorts (boven de 38 graden) pas écht een excuus om thuis te blijven. En dat heb ik niet.

Mijn referentiekader. Mijn ethos. Het kader waarbinnen ik opgegroeid ben. Het kader dat mijn ziektebeleving vormt. Ik heb gisteren voor een kapitaal aan lapmiddelen bij de drogist gekocht, waar waarschijnlijk alleen de eigenaar zelf echt beter van wordt en ik niet. Maar ja, het ‘niet lekker voelen’ komt ook altijd ongelegen. Er zijn altijd afspraken of overleggen die niet zomaar afgezegd kunnen worden. Vind ik dan. Of het komt gewoon op vrije dagen en in het weekend. En als er geen afspraken of overleggen zijn, dan neem ik vrij. Want ‘niet lekker voelen’ is nog steeds niet ziek. Eigenwijs dus? Hmmm, ja, ik denk het wel. Zeker als je bedenkt dat ik vanmiddag op mijn werk tijdens een gesprek heel erg hard op zoek moest naar water vanwege een hoestaanval.

Kuch.

2009

2009 was nog niet eens een uur oud toen ik al projectielbrakend de weg naar mijn huis aflegde. In die driehonderd meter tussen daar en hier kwam het met veel liefde bereide avondmaal in golven mijn lijf uitzetten. In de tuin (geen flauw idee van wie, maar in ieder geval mijn excuses), in de bosjes bij het basketbalveldje, op het grasveldje en in het gemeenteplantsoen. Alles wat in mij zat moest en zou er uit, op welke manier dan ook.

Een lekker begin van 2009. Het kan alleen maar beter worden :-S

Heb ik weer

Zaterdag wacht mij een chique diner. In een Michelin-ster-restaurant. Nieuwe outfit en een overnachting geregeld. Ik heb namelijk – mede vanwege het feit dat mijn *kuch* 29ste verjaardag zéér binnenkort alweer voor de deur staat – besloten er volop van te genieten. Ware het niet dat ik vandaag de dag door moest met 2 paracetamollen en 1 brufen vanwege een barstende koppijn en tegen het eind van de dag mijn keel aanvoelde als dik schuurpapier.

Grmbl…heb ik weer.
En nee! Het heeft niets (maar dan ook niets!) met leeftijd te maken!

UA-7562682-1