• Te vroeg wakker

    Een vaag bekende stem roept me vanaf straat: “Marty!”

    *plop*

    In één keer ben ik klaarwakker mét een onbestemd gevoel. Daarnaast ook herkenning, want ik heb dit vaker gehad. Dus tegen beter weten in mijn bed uit gegaan en uit alle ramen naar buiten gekeken. Nee, inderdaad, niks te zien.

    Hmpf. Zit ik weer. Op zaterdagochtend om half zes.
    Alles en iedereen nog in diepe slaap. Bakkie thee maar dan en zo nog even een uurtje slaap proberen te pikken.

  • Droom van vannacht

    We zijn met het hele gezin in Parijs. Pa, Ma, M., M. en ik. We lopen op straat en moeten ergens naartoe, geen idee waar. Onderweg worden we afgeleid doordat in een zijstraat van het Kuhrhaus (?) een presentatie gaande is. Een mooi uitgedoste mevrouw met een bijzondere hoed van witte- en melkchocolade laat zien wat ze allemaal kan met (vloeibare) chocolade.

    Ineens herinner ik me dat we de metro moeten halen. Terwijl de rest nog blijft toekijken, zeg ik dat ik de metro alvast zal halen, want dat kan blijkbaar in mijn droom. Ik roep de metro door op een knopje te drukken zoals bij een lift. Eigenlijk lijkt de deur waarvoor ik sta ook een lift, van roestvrijstaal. Ik druk op de knop en sneller dan verwacht is de metro er en de deuren gaan open. Onder in de metro/liftcabine is een kleine opening. Dina (onze kleine slanke kat), glipt er door en ik zie haar al lopend over de rails van de metro uit zicht gaan en ik raak in paniek. Jippie, de kat van Zuslief, is een stuk flinker en past niet door het gat en en blijft bij mij binnen. Al snel maakt Dina’s verdwijning plaats voor nóg een keer lichte paniek, want de rest van ons gezin is nog niet gearriveerd als de metrodeur dichtgaat en de metro vertrekt. Terwijl de cabine in horizontale en licht golvende bewegingen een meter of twintig in de lucht vertrekt en ik uitkijk over het landschap, word ik wakker.

    Dina ligt niet aan het voeteneind en dat hele kleine beetje paniekgevoel maakt dat het eerste wat ik doe als ik uit bed stap is: zoeken naar haar. Ze is beneden en zit van haar brokjes te eten.

  • Shats Hatsu

    Het voelt alsof we ter plekke besluiten om uit nieuwsgierigheid een kijkje te nemen; M., zuslief en ik. Zuslief en ik mogen eerst. We lopen een Japans-groene (bestaat die kleur?) ruimte met donkergroene accenten in.

    Het heet ‘Shats Hatsu’ of iets dergelijks.  Een blonde dame komt zuslief en mij halen, M. blijft achter. We worden geleid naar wasbakken waar heerlijke geurende bruinkleurige kristallen in liggen. Zuslief moet voor de hogere wasbak gaan staan, ik voor de lagere. Logisch, want ik ben ook de kleinste. Dan moet ik naar boven, met een jongeman mee. Zuslief blijft bij de dame bij de wasbakken. Ik moet via de trap. Die is van glimmend gelakt lichtkleurig hout en voorzien van een willekeurige vlakverdeling in verschillende donkerdere kleuren.

    Ik mag niet op  bepaalde donkere gedeelten lopen. “Want dat is ‘nen'” , zegt de jongeman en ik krijg de opdracht daar niet op te gaan staan. Ik doe mijn best, maar verlies toch aan het eind mijn focus en sta in een vakje ‘nen’. Niet echt iets aan de hand, maar er waren nog meer en andere soorten donkere kleuren en ik stap blijkbaar gewoon drie keer onbewust in een ‘nen’-vlak en niet in iets anders. Het voelt als een teken waarvan ik de betekenis nog niet weet.

    Boven aangekomen zit er nog een andere, oudere meneer die mij hier lachend op aanspreekt: “Je hebt iets met ‘nen’, he? Oh en overigens, ik heb je werkgever gebeld en ik vond het een beetje raar dat ze niet meteen konden vertellen vanaf wanneer je daar in dienst bent.”

    Ik begrijp niet waarom die man dat van mijn werkgever wilde weten en verwonderd word ik wakker.

  • Datsun-droom

    Ik had mijn knalrode Datsun DC10 (? – nee, inderdaad, die bestond niet) geparkeerd naast de andere auto’s. Bij terugkomst zag ik tot mijn schrik en boosheid dat het rechterportier verdwenen was. Gewoon eruit gehaald. En niet alleen van mijn Datsun, maar van alle auto’s ontbrak het rechterportier. Dat feit accepterend bedacht ik me dat het dan gelukkig was dat er nog wel een hordeur (?!) in zat, dan zou ik namelijk niet al te veel last hebben van de regen die viel.

    In de categorie: bizarre dromen (een categorie die nog niet bestaat, maar die er misschien wel moet komen).

  • Droom III

    We leerden zeilen, op een vreemdsoortig type zeilboot. De ‘boot’ bestond slechts uit een onregelmatig gevormd verticaal opstaand vierkant frame en geen zeil. Doordat we de zijkanten heen en weer manoeuvreerden, bewogen we door het glasheldere azuurblauwe tropische water. Naar de overkant van de lagune, naar het eiland. Daar zouden we pauzeren. Op het strand aangekomen, liepen we naar het badhuis. De dieren, waaronder olifanten, gingen net in bad.

    Onze vlinders konden nog niet zwemmen; het zou hun eerste ervaring zijn. We werden door die mevrouw dan ook naar de zijkanten gedirigeerd, want in de buurt van de grote dieren zou het gevaarlijk kunnen zijn. We gingen de witte trappen af, steeds dieper het water in. En we lieten onze vlinders los in het water. Ze spreidden hun vleugels, die tegelijkertijd in lengte verdubbelden. Ze gebruikten hun vleugels als een soort zwemvlies om onder water mee af te zetten. De ene met knaloranje in de vleugels en de ander met felgeel. Wat een sierlijk gezicht! We hebben ze uit het water gehaald en buiten gekomen vlogen ze direct tegen de gevel van het badhuis om in de zon hun vleugels te drogen. Ik probeerde een foto te maken met mijn nieuwe cameraatje, maar iemand stond in de weg. Een tweede keer lukte het wel.

    En oja, ik moest ook nog twee oogpotloden kopen; een witte en een gele. Maar dat kan ook wel weer een andere droom geweest zijn. Mocht ik nog twijfels hebben over het al dan niet in kleur dromen: ik droom zéker weten in kleur. Nu nog weten of het allemaal een betekenis heeft…

  • Zondagochtend

    Marty!!

    Slechts één keer en luid en duidelijk.
    En ik was direct klaarwakker.
    Ik schoot mijn bed uit en keek door het raam: niemand.
    Ik ging de trap af naar beneden en keek opnieuw door de ramen: weer niemand.
    Zes uur vanochtend. De hele wereld lag nog op één oor.