Smarts Blogt

Festivalseizoen – Rock Werchter 2018

I

k kwam bij Rock Werchter toen het nog Torhout-Werchter was. In retrospectief zag ik toen geweldige bands waarvan ik me destijds niet eens bewust was: de Ramones bijvoorbeeld. Had ik weinig oog voor, want ik kwam voor U2. Tja, zo ging dat. Omdat Glastonbury dit jaar het ‘fallow-year’ heeft en er dus geen festival is, leek Rock Werchter ons een goed alternatief. Mooie lineup, goede headliners en goede weersvooruitzichten. Nieuwe tent, lichter en popup, lichtere matjes en zo wat minder gesjouw. Wel weer een partytent gekocht. Bij Pinkpop was het immers ook warm en misten we af en toe een beetje schaduw. Vol verwachting over de extra gekochte vierkante meters veld waarop onze tent mocht staan, kwamen we aan bij de festivalcamping.

Eerlijk is eerlijk: best goed geregeld daar. Het was warm en de deuren gingen ook hier gelukkig eerder open dan aangekondigd. Met de aankoop van onze extra vierkante meters kregen we voorrang tot ons stuk van de camping, welke ook nog eens eerder open bleek te gaan. Net als bij Pinkpop ligt de camping ook niet op het festivalterrein maar erbuiten. Op het veld aangekomen bleek 16 vierkante meter helemaal niet zoveel te zijn en we hebben even moeten puzzelen om de twee tenten en de partytent op zijn plek te krijgen. Maar het lukte. Niet bij iedereen.

Afijn, met niet zo heel veel moeite stond de boel en hebben we op ons gemak het terrein kunnen verkennen. En nogmaals: best goed geregeld. Wat wel anders was,was dat er op nog geen 100 meter van ons vandaan een grote tent was waar tot vroeg in de ochtend dj’s muziek maakten. Niets wat een oordop niet tegenhield, maar wel even wennen als je camping C van Pinkpop gewend bent, haha! Alle gekheid op een stokje: mooi festival, geweldige muziek en topweer. Als het Glastonbury niet in de weg zit, zou ik zo weer gaan.

Festivalseizoen – Pinkpop 2018

Z

o, de zomer zit er bijna weer op. Ook dit jaar waren de omstandigheden zo dat een echte grote vakantie er helaas niet in zit. Ik klaag niet, want met én Pinkpop én Rock Werchter kaartjes op zak beloofde het een prima zomer te worden. En wát voor zomer! Prachtig weer,  mooier dan iemand van te voren kon bedenken. Bijna mediterraan, lange zwoele avonden, heerlijk. Maar laten we bij het begin beginnen: Pinkpop 2018. De voorpret was groot. Zoals ieder jaar gingen we weer vroeg op pad en ook dit keer verliep de reis voorspoedig. Op naar camping C. Dat blijft wel onze favoriete camping. Nou ja, camping. Eigenlijk is het de rest van het jaar gewoon een weiland. Met zette er wat mobiele toiletten en douches op, wat portakabins en een hek eromheen en voilá, daar is de camping. Camping C heeft geen campingtainment. Tegen een uur of drie ‘s nachts valt over het algemeen de rust in en op de basbonken van camping A in de verte, -waar dus wel een dj tot in de vroege uurtjes draait-, vallen de meeste mensen voor een paar uurtjes in slaap. Heerlijk. Auto dicht bij de ingang en je gelooft het of niet, dit jaar waren we de eersten. Echt waar. Zo’n tien minuten voor de camping openging stonden we daar. En dus konden we ook als eersten een plekje uitzoeken. Heel erg prettig. Voordeel van zo vroeg aankomen is dat je lekker naar al die mensen kan kijken die nog allemaal hun tentje moeten opzetten 🙂

Het programma was top. Mensen vragen vaak voor welke bands ik naar zo’n festival ga. Er zijn headliners die natuurlijk geweldig zijn. Zo waren er dit jaar Pearl Jam, Snow Patrol en Foo Fighters. Helemaal top, maar de sfeer, de mensen, gewoon daar zijn is al helemaal goed. En bands zien en beluisteren die blijven hangen. Zo was daar Nothing But Thieves die ik graag nog eens terug zou zien. Of Oscar and the Wolf uit België. Het weer bleef geweldig en we hebben heerlijke dagen gehad. Op de zondag hebben vaak al een hoop mensen hun tent ingepakt en alvast in de auto gelegd zodat ze, als het festivalterrein sluit, ze direct naar huis kunnen. Je moet maar genoodzaakt zijn of dat persé willen. Ik moet er persoonlijk niet aan denken. Op het gemak nog die laatste nacht daar en dan ‘s-morgens opbreken en vertrekken. Zo doen wij dat.

Helaas ging dat dit keer niet helemaal goed. Tegen een uur of kwart over 5 in de ochtend werd ik wakker van een sms van Zuslief die mij vroeg of wij ok waren omdat een auto op Pinkpopbezoekers was ingereden. Wàt?! Direct wakker natuurlijk. De rest van de campinggasten bleek nog in diepe rust, mijn wederhelft en onze festivalvriend eveneens. Ik heb Zuslief gemeld dat wij ok waren en ben toch maar mijn tent uitgegaan toen ik de traumaheli over hoorde gaan. De campingcrew wist in eerste instantie ook niet meer dan ik, maar kon wel melden dat -zolang een en ander nog niet helemaal duidelijk was-, zij de opdracht hadden gekregen de camping af te sluiten. Niemand mocht in- of uit. Gaandeweg werd duidelijk welk drama zich had afgespeeld bij Camping A, waar ook een collega van mij verbleef. Zij bleek gelukkig ongedeerd. Wij mochten uiteindelijk tegen een uur of 9 vertrekken, mijn collega pas tegen het eind van de ochtend, toen wij aan ons traditionele delifrance-broodje ter afsluiting zaten. Het was een geweldig festival, maar wat een verdrietig eind.

Japans – Nihonjin – にほんじん

Hoe het nou precies kwam, weet ik niet meer. We hingen op de bank, allebei achter de iPad gok ik. Misschien las hij iets of zag hij iets en zei dat tegen mij. Mijn aandacht werd gewekt en zoals altijd heb ik dan maar twee tellen nodig om enthousiast te worden van het idee.

De kunst, de rituelen, de etikette

Wat ik wel weet is dat we al jaren iets hebben met Japan. De tuin was van oorsprong Japans ingericht. We hadden koi-karpers en een prachtige Japanse rode esdoorn. Ik heb ooit een poging gedaan om sumi-e te schilderen, hoewel dat dan weer Chinees is, maar okee. Er hebben hier nog Japanse posters gehangen. De boeddhistische leefwijze (die rustige dan en niet die waarin ze elkaar van deze wereld af wensen), de meditatie, het respect (hoewel ze ook barbaars kunnen zijn). De kunst, de rituelen, de etikette. Het sprak ons aan en eigenlijk ng steeds. Altijd hebben we de ambitie gehad om er naar toe te gaan. Maar concreet hebben we dat nooit gemaakt, omdat een vakantie naar Japan gewoon best wel heel erg kostbaar is. En al het Japanse rondom en in het huis is zo langzamerhand verdwenen of verweven met de rest.Dus nadat wederhelft mij triggerde met: ‘Japans leren?’, of iets van die strekking, ging er iets in werking. Google…Japans…iets in de buurt van Dordrecht…volkuniversiteit?…Papendrecht…galerie Aitobo…betaalbare lessen. Binnen no time ging er een mail uit naar de docente. Er kwam ook heel snel een antwoord: “Ja hoor, er is nog plek. Schaf maar alvast de twee boeken Japanese for busy people aan”. Zo geschreven en zo gedaan.

Binnen twee weken na zijn suggestie zaten we op Japanse taalles. We hebben op dit moment twee lessen van anderhalf uur achter de rug en wellicht onnodig om te zeggen dat het op zijn minst moeilijk is.

Sensē Naomi san 

Enerzijds omdat de boeken Engelstalig zijn, dus je gaat van Nederlands naar Engels en dan naar Japans. En weer terug. Maar daarnaast ook omdat we Japans moeten leren schrijven. Onze sensē Naomi san zegt dat het leren van de karakters het belangrijkste is. Om die reden moeten we ook gaan kalligraferen. Er zijn maar liefst 3 karaktersets. Tuurlijk. Alsof het nog niet moeilijk genoeg was.

We zijn dan ook voortvarend aan de slag gegaan en van de 101 klanken waaruit het Japans is opgebouwd (als ik het goed schrijf), hebben we er inmiddels zo’n 15 in ons vingers. Die kunnen we op commando schrijven en daarvan kennen we de klank. Nu de rest nog. En alle variaties. En de zinsopbouw en grammatica. Nog een berg te gaan dus. Dat er ook nog Japanese for busy people II en II is zegt het eigenlijk wel.

Waarom nou?

Ja, dat is de vraag die veel mensen ons stellen. Logisch. We hebben voorlopig geen vakantie naar Japan in het vooruitzicht, tenzij we de staats winnen natuurlijk, maar dat zal wel niet. Maar wie weet. Sparen kan altijd en door nu op taalles te gaan, kunnen we onszelf committeren aan een doel: die vakantie in Japan. Slapen in ryokans, in minshukus en een gedeelte van de 88-tempelroute wandelen. Oja, liefst in april (want: kersenbloesem natuurlijk!), maar ook in september (want: Kyoto op z’n mooist).

And now we wait

Het boekje is naar de drukker. Dit maal een drukker die wel communiceert. Die vindt dat ik eerst langs moest komen voordat ik de definitieve versie inleverde. Maar ook een die daar niet op de woensdag tijd voor heeft; de dag dat ik wel kan.

Voor nu kan het er mee door

was zijn oordeel op mijn laatste upload. Een zuinige voldoende denk ik dan maar. En daar kan ik voor nu wel mee leven en misschien ben ik er zelfs wel blij mee. Voor dtp-er heb ik tenslotte niet geleerd, geen Grafisch Lyceum, geen uitgeverij- of krantenervaring. Ik doe maar wat. Ook een leuk motto trouwens, dat past in mijn leven. Je wilt niet weten hoe vaak ik dat al gezegd heb: ik doe maar wat 🙂

Mijn Opa Smits

Mijn opa is de persoon als tweede van rechts, zittend met de troffel in zijn handen. Jaartal van de foto? Geen idee. Hij is geboren in 1904, en hij zal hier misschien 25 jaar zijn? Dan zou deze foto ergens in 1929 gemaakt moeten zijn. Waar de foto gemaakt is, weet ik niet en ook niet ter gelegenheid waarvan of door wie.

Niet alleen mijn opa, maar ook mijn vader was metselaar en als meisje stond ik er met mijn neus bovenop als hij bij ons thuis of bij vrienden/kennissen aan het metselen was. Ik weet dus wat een stoffige (droge cement of zand) of soms blubberige (mortel) troep het kon zijn. Ik leerde eigenlijk misschien ook wel een beetje metselen. Met het voegen mocht ik sowieso altijd helpen. Uiteraard waren de horizontale voegen veel gemakkelijker dan de verticale. Al zijn gereedschap heb ik nog.

Maar nu over deze foto. Wat mij zo opviel was hoe keurig die mannen er bij zitten. Nu was mijn opa altijd iemand die goed gekleed was en eigenlijk altijd in pak liep. Dat was gewoon zo in die tijd en men had blijkbaar zelfs een vest aan op het werk. Ook als metselaar. Geweldig toch?

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Indesign CC

W

eet je nog van die valkuil en dat ik ineens redacteur van een blaadje werd? Het eerste blaadje van mijn hand kwam in december uit Word gerold. Want: Pages is zoooo Mac en Word zoooo universeel… Maar Word is ook best vreselijk.

Ik moest dus op zoek naar alternatieven: Indesign is je-van-het, maar prijzig. Toch maar naar Scribus dan, gratis open source DTP-software. Na overleg met de beoogde drukker, bleek dat die toch de voorkeur had voor Indesign. Joh natuurlijk, maar waar haal ik het vandaan?! Ik doe dat redactie werk vrijwillig, staat niet eens een vergoeding tegenover. Ik wil best wat doneren, maar iedere maand € 26,- naast die € 10,- die ik al voor Photoshop betaal, vind ik te. En oja, ook nog even al die uren die erin gaan zitten.

Of we als ANBI korting krijgen, is nog een brug te ver, blijkt. De gemiddelde leeftijd van het bestuur is hoog en hoewel ze heel erg hun best doen, is niet iedereen even digitaal. Dus daar zat ik met een half Scribus-concept en de wens van de drukker om Indesign. Een studentenlicentie zou een oplossing zijn, maar ik ben geen student. Met een studentenlicentie krijg je een berg korting op alle Adobe-apps. Ik kan me inschrijven op een school, een studenten-emailadres krijgen en me daarmee inschrijven voor de studentenversie. Maar wat als ik dat email-adres niet geverifieerd krijg, want ik ben tenslotte geen student. Een ander riep: ‘Ik gebruik een gehackte oude versie, is dat niet iets?’ Nou wil het feit dat ik aan een Mac werk en Mac’s en gehackte versies is meestal een no-go. Dus ook geen optie.

Ik zit nu met een proefversie van Indesign, maar hoe het straks verder moet, weet ik nog niet. wat ik wel weet is dat het een prach-tig programma is. Misschien scheelt het dat ik Photoshop best aardig in de vingers heb, maar Indesign is echt top. Vrij intuïtief en het resultaat is super. Ik zou het bijna voor mezelf aanschaffen.

En dan ongevraagd iedere week zelf in elkaar geflanste blaadjes naar iedereen sturen. Hahaha!!! Maar ja. Lang verhaal kort: het is klaar. Hehe.

(Klik voor veul groter!)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Papa, kom je nog even?



H

et is vandaag 14 jaar geleden dat we ‘m voor het laatst zagen. Tot de maandag, minder dan een week voor zijn dood (op zondag), ging het eigenlijk nog best. Uitbehandeld, de chemo deed niets, de bijwerkingen te erg en dat was het. Op die maandagavond laat belde hij mij -voor het eerst- uit bed. Misselijk, voelde zich niet goed en had zich zelf ondergekotst. Zuslief gebeld en naar ‘m toe. Daar aangekomen hebben we hem geholpen met verschonen en toen bleek hij ook nog eens een knal van een hematoom in zijn flank te hebben. De dag erna groot overleg met de huisarts. Met het ziekbed en overlijden van Ma nog vers, hintte de huisarts op ons eigen welzijn en stelde een hospice voor. Een dag over nagedacht en op woensdag konden we terecht voor een rondleiding en een kennismaking. Hij ging mee en gaf aan dat hij het wel best vond, zoals hij eigenlijk altijd alles wel best vond.

Op donderdag werd hij opgenomen. Zo ziek als een hond, maar we konden hem gelukkig maken met zelfgemaakte appelmoes. We probeerden er zoveel mogelijk te zijn. Op zondag ging het niet lekker. Benauwd en daardoor toch een beetje angstig. Huisarts gebeld en opnieuw overleg, met ons en met hem. Actieve euthanasie was geen optie, maar morfine en eventueel dormicum wel (alsof dat geen euthanasie is?), “maar meneer Smits, dat betekent wel dat we u in een slaap gaan brengen van waaruit u niet meer wakker wordt”. Hij vond het goed en wij ook, alles beter dan die benauwdheid. De huisarts zou de eerste dosis geven en later op de avond zou een transmuraal team uit het ziekenhuis een iv-pomp komen aanbrengen. In de verwachting dat hij niet direct zou overlijden. Maar dat deed hij wel. In het kader van een aflossing van de wacht en oplopende vermoeidheid, was ik nog niet thuis of ik kon rechtsomkeert maken. Zijn zus en zwager opgebeld of ze nog afscheid wilden nemen en ja dat wilden ze. Op het moment dat het transmurale team het hospice binnenstapte voor de morfinepomp, blies hij zijn laatste adem uit.

Ik knipper met mijn ogen en ik ben 14 jaar verder.

Ik lig in mijn bed, het is half acht
Ik slaap nog niet omdat ik op mijn vader wacht
Mijn ogen vallen bijna dicht, ik hoor vanuit mijn bed
Hoe mijn moeder in de keuken koffie zet

Ik vecht tegen de slaap, ik heb vandaag al veel gedaan
Amerika ontdekt en ‘k heb daarna als indiaan
Vijfentachtig cowboys op de vlucht laten slaan
Op school niks gedaan
Alleen maar op de gang gestaan

En dan opeens, dan hoor ik vanuit mijn warme bed
Hoe mijn vader zijn brommer in de kelder wegzet
Zijn voetstap op de trap, het voetenvegen op de mat
En dan de sleutels in het sleutelgat

Papa, kom je nog even
Papa, want ik slaap nog niet
Papa, luister nog even
Papa, vergeet me niet

Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog

Vreemd dat je kunt kiezen voor alles wat je wil
Kiezen voor een kind door te stoppen met de pil
Kiezen voor succes, kiezen voor de goot
Zelfs kiezen om er niet te zijn, kiezen voor je dood
Maar kiezen kun je nooit voor die ene man en vrouw
Dat maakt ze zo bijzonder, die kozen voor jou

Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog
Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog
Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog

Wat groot leek mijn vader toen in die leren jas
Vreemd dat ik nu al net zo oud ben
Als mijn vader toen was
Maar ik denk nog zo vaak
Papa, kom je nog even

 

(Tekst: Papa – Harrie Jekkers)

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

UA-7562682-1