• Droom III

    We leerden zeilen, op een vreemdsoortig type zeilboot. De ‘boot’ bestond slechts uit een onregelmatig gevormd verticaal opstaand vierkant frame en geen zeil. Doordat we de zijkanten heen en weer manoeuvreerden, bewogen we door het glasheldere azuurblauwe tropische water. Naar de overkant van de lagune, naar het eiland. Daar zouden we pauzeren. Op het strand aangekomen, liepen we naar het badhuis. De dieren, waaronder olifanten, gingen net in bad.

    Onze vlinders konden nog niet zwemmen; het zou hun eerste ervaring zijn. We werden door die mevrouw dan ook naar de zijkanten gedirigeerd, want in de buurt van de grote dieren zou het gevaarlijk kunnen zijn. We gingen de witte trappen af, steeds dieper het water in. En we lieten onze vlinders los in het water. Ze spreidden hun vleugels, die tegelijkertijd in lengte verdubbelden. Ze gebruikten hun vleugels als een soort zwemvlies om onder water mee af te zetten. De ene met knaloranje in de vleugels en de ander met felgeel. Wat een sierlijk gezicht! We hebben ze uit het water gehaald en buiten gekomen vlogen ze direct tegen de gevel van het badhuis om in de zon hun vleugels te drogen. Ik probeerde een foto te maken met mijn nieuwe cameraatje, maar iemand stond in de weg. Een tweede keer lukte het wel.

    En oja, ik moest ook nog twee oogpotloden kopen; een witte en een gele. Maar dat kan ook wel weer een andere droom geweest zijn. Mocht ik nog twijfels hebben over het al dan niet in kleur dromen: ik droom zéker weten in kleur. Nu nog weten of het allemaal een betekenis heeft…

  • Encounter

    Vanochtend droomde ik opnieuw over je. Het gebeurt me niet vaak, maar als het gebeurt, lijkt het wel heel echt. Er was niemand om het snel tegen te vertellen en dus is de droom voor een groot deel uit mijn hoofd geglipt. Je was ziek. Met de diagnose “we kunnen niets meer voor u doen” was je naar huis gegaan volgens de verpleegkundige die vroeger mijn collega was. En ik wist niet waar je huis was en ik kon je niet bereiken. Mijn telefoon lag achter slot en grendel en ik had geen sleutel. Paniek. Daarna weet ik het niet meer. Flarden van zoeken en herkenning. Details ontbreken, maar er is ergens wel eens stukje rust. Want ik heb je in mijn droom uiteindelijk weer gezien. Dat voelt goed. Dus, okee, until we meet again!

  • Ontmoeting

    En ineens ben je hier. Maar dat kan toch niet? Je bent overleden, uiterst dood zelfs. Ik heb het zelf gezien. Ik was er bij toen je lijf ermee ophield. Toch geeft iets of iemand ons blijkbaar de gelegenheid om nog eens bij elkaar te zijn. Ik ben dankbaar want het voelt goed om je te zien, heerlijk vertrouwd.

    Van een afstand kijken we samen naar al de mensen die afscheid van je nemen. Zij zien je niet en ik groei in het besef dat ik de enige ben die je wel kan zien. Het is alsof de wereld om ons heen stil staat. Alsof we ons in een andere dimensie bevinden. Je knipoogt naar me en je lacht. Ik weet dat je een pesthekel hebt aan dit soort gelegenheden. “Het gaat alleen maar om de centen”, riep je altijd en “Ik merk er toch niets van als ik dood ben!”. En nu ben je hier; op je eigen crematie nota bene.

    Ik vind het verschrikkelijk om straks opnieuw afscheid van je te nemen. Ik wil je niet kwijt, ik wil je zo graag bij me houden. En zoals altijd voel je me haarfijn aan. Je komt naar me toe en je omhelst me stevig. Je troost me en vertelt me dat het allemaal goed zal komen. Dat je er altijd voor me zult zijn. Mijn hart breekt opnieuw als je mijn droom en mijn leven weer uitloopt. Ik ben bang en vrees dat dit onze laatste ontmoeting is geweest.

  • Dreamin’

    Ik moest er met de trein naar toe. En ik was best nerveus. Het zou een heel chique feest zijn met allerlei hele dure mensen.

    Het feest wordt gegeven ter gelegenheid van zijn verjaardag. Ik ken hem niet. Bij aankomst stap ik op hem af om hem te feliciteren. Ik ben onder de indruk: een hele mooie man. Iets ouder dan ik, strak in een zijden pak. Hij heeft een heel mooi gezicht, net op vakantie geweest-bruin en een charisma van heb-ik-jou-daar. Ik val als een blok. Op een bepaald moment komt hij naar me toe en het spel begint. Hij informeert en ik ontwijk en doe verlegen. Hij wijkt niet meer van mijn zijde en de spanning groeit. Ondertussen vraag ik me af hoe het komt dat juist deze man zo in mij is geïnteresseerd en ik ga geloven dat ik in de life-versie van Assepoester terecht ben gekomen. Het feest loopt ten einde. Nog een laatste dans. Een andere vrouw vraagt hem, nog voor een van ons iets kan zeggen. Beleefd en gastheer als hij is, zegt hij ja en ze gaan de dansvloer op. En ik besluit dat het dan maar zo moet zijn en vertrek. Nog voor de deur hoor ik mijn naam. Ik schrik en draai me om. Hij is me achterna gekomen. Hij vraagt of we elkaar nog eens zullen zien en geeft me zijn telefoonnummer. Met een buik vol vlinders stap ik opnieuw in de trein. Bij het eindstation word ik wakker.