• Cherry Oh Baby

    Ik denk ik dat in 1989 mijn eerste echte personal computer had. Zo een met van die grote 5,25″ floppy’s, een IBM PC XT. Ik moest verslagen en een scriptie maken voor mijn opleiding tot verpleegkundige. Tot die tijd ging alles met een (elektrische) typemachine, correctielint en carbonpapier. Mijn ouders hadden niet veel geld, maar wel een groot netwerk (mijn moeder vooral) en op de een of andere manier kregen we een computer in huis. Met een matrixprinter en kettingpapier.

    Het geheugen van de computer was klein, niet eens groot genoeg om er Wordperfect in zijn geheel op te zetten, maar het hoogstnoodzakelijke ging nog net.

    IBM PC XT
    Het startscherm

    Ergens zo rond 1993 kocht ik mijn eigen eerste computer. OS/2 Warp was het nieuwste besturingsysteem en zag er grafisch gelikt uit. Maar waarom weet ik niet meer, het werkte niet goed en onder garantie mocht ik terug naar Windows 3.1 en later 3.11.

    Internet werd voor mij in 1994 een dingetje. De computer had een modem en via de gewone telefoonlijn kon je inbellen. Tegen betaling uiteraard. Ik werd lid van de DDS, de digitale stad Amsterdam. Mijn eerste inbelrekening was fl 500,-. Had ik er even geen rekening mee gehouden dat ik naar Amsterdam belde. Leermomentje zeg maar. Maar leuk was het. Je kon er andere -online- mensen gewoon op naam zoeken en tegenkomen. Van AVG hadden we nog niet gehoord. In versie 1 (die had een unix command-prompt interface) kon je post ophalen op het postkantoor, er was een plein en de enkele links naar buiten konden worden benaderd via het station.

    De Digitale Stad 1.0

    In die tijd had ik een manager (ik noem ‘m ‘Cherry Oh Baby’) die net zo’n computernerd bleek als ik. Welk modem heb jij? 14K4 of al sneller? Hoeveel geheugen op je videokaart? Nieuwe spellen, maar vooral ook: hoe kreeg je ze werkend? Vaak moest in DOS de autoexec.bat of de config.sys aangepast worden, zodat er meer of sneller geheugen aangesproken kon worden tijdens het opstarten. Ervaringen konden we uitwisselen. We ontdekten IRC, hoe je op afstand via de computer elkaar kon vinden in chatrooms. Ik heb er goede herinneringen aan en ik leerde mezelf met computers omgaan. De DOS diskettes en Windows 3.11 cd heb ik nog steeds.

    Maar even terug naar die manager en de link met het geheugen. Die manager is al een hele tijd mijn manager niet meer. Sterker nog; hij heeft Baas al een hele tijd geleden verlaten om een eigen bedrijf te beginnen. We vonden elkaar nog wel eens via weblogs en social media. Afgelopen week vernam ik dat hij sinds een jaar of twee Alzheimer heeft. Wat!? Zo’n pientere kerel waarvan ik nooit begreep dat hij niet eerder wegging bij Baas. Goede gesprekken hadden we, niet alleen over computers, maar over alles, over het leven. Ik ben me rot geschrokken. Ik heb zijn vrouw direct gemaild en ze antwoordde dat ze het gelukkig nog goed hebben samen, maar dat hij niet meer computervaardig is. Vandaag heb ik tig filmpjes van de Alzheimerstichting bekeken, omdat ik vond dat ik dat moest.

    Computerontwikkelaars proberen met code het menselijk brein na te bootsen en zo kunstmatige intelligentie te ontwikkelen. Met DOS op die oude computers kon ik, door een bepaalde regel onder een andere regel te plaatsen, geheugen vrijmaken zodat de computer na opnieuw opstarten beter ging functioneren en ik dat spel wel kon spelen. Kon ik dat ook maar doen voor mijn manager met Alzheimer: gewoon even zijn dagroutine wijzigen en opnieuw opstarten. Dan heb ik extra geheugen vrijgemaakt en is hij weer zijn oude zelf.

  • Tijd

    Men zegt dat naarmate je ouder wordt, de tijd steeds sneller lijkt te gaan. Maar ik voel me niet ouder en ik bén het natuurlijk ook niet met mijn 29+ (kuch). Maar de tijd raast als een jekko voort. Ik kan me een ‘tijd’ herinneren, waarin ik voor mijn gevoel alles kon. Werken, sporten, uitgaan, hobby’s. Soms zelfs alles op één dag. Slapen? Alleen als het uitkwam. Met gemak sloeg ik een nachtje over, dat haalde ik de volgende nacht wel in. Zeeën van tijd (achteraf bezien).

    De laatste ‘tijd’ heb ik het gevoel dat ik steeds maar ingehaald wordt door de tijd. Als ik op de klok kijk, is het steeds weer later dan ik gehoopt had. Ik moet steeds meer plannen en die agenda waar ik altijd een gruwelijke hekel aan had, gebruik ik steeds vaker. Heb ik het nu drukker dan toen? Daar geloof ik niets van. Volgens mij soms zelfs minder druk.

    Vreemd verschijnsel dus. En dat zet me weer aan het denken. Wat is tijd eigenlijk? Waarom is tijd eigenlijk? Is het er altijd al geweest? Is tijd een hard gegeven of is tijd de waarde die het individu eraan geeft door het ervaren ervan? Als je ouder wordt ervaar je tijd anders dan als je jong bent? Of komt het misschien doordat je ‘harde schijf’ voller raakt naarmate je meer ervaringen opdoet en daardoor je tijdsbeleving anders wordt?

    Is het ‘t retrospectief dat maakt dat het lijkt alsof het sneller gaat? De heenweg duurt immers altijd langer dan de terugweg, toch? En wat is het verschil? Op de terugweg heb je een hoofd gevuld met ervaringen en is je geheugen weer net een stukje voller. Zou het zo zijn dat er een curve bestaat met ervaringen op de ene as en de mate waarin je tijd als sneller ervaart op de andere as?

    Note to self: misschien handig om dit boek eens te lezen, maar ook deze lezing. Als ik er de tijd voor kan vinden.