Smarts Blogt

Flevoland & Duitsland

image_pdfimage_print
Kamperen met zuslief. Altijd feest. Waar ik nog niet over geschreven had, was dat Zuslief en ik in April zijn gaan kamperen in Flevoland en in mei in Duitsland.

Flevoland maar als eerste:

April?!  In een tent? Ja, in april, in een tent.  Uiteraard een natuurcamping mét de mogelijkheid van een kampvuurtje, dat is wel een voorwaarde inmiddels. Bepakt en bezakt op weg naar Flevoland.

Flevo

Ja het was koud, maar nee we hebben het niet echt koud gehad. Eigenlijk hebben we het super gehad. Heerlijk gewandeld bij de Oostvaardersplassen, hagel op de nieuwe tent, wel een gat in de tarp tijdens een windvlaag maar wat kan het bommen, lekker de bbq mee, in een fleece gewikkeld in je slaapzak, lekker stil maar niet alleen op de camping, ontdekken dat Flevonatuur een naturistencamping was en geen natuurgebied, maar verder gewoon heerlijk buiten.

Flevoland was een prelude op Duitsland in de eerste week van mei, op de camping waar ik eerder met lief was. Ook weer een natuurcamping waar je een fikkie mag stoken. Heel rustig ook en een stuk warmer dan in Flevoland. Opnieuw veel gewandeld en veel gezien. De foto’s spreken voor zich (ja, ik weet het; er zitten dubbele foto’s bij).:

Duitsland

BewarenBewaren

Espresso

image_pdfimage_print

Al jaren wil ik een goed espressoapparaat. Ergens in de jaren 90 kwam ik bij iemand in Italië die een custom-made koperen espressomachine had. Prachtig. Ik kon me ook altijd verbazen over hoe lekker de koffie in Zuid-Europa altijd is. Een espresso, een ristretto, gewoon een ieniemienie beetje koffie, maar als goed gezet, dan is het gewoon altijd superlekker. Zo’n apparaat kost wat. Ook al jaren zoek ik daarom naar alternatieven en heb daarmee al een kapitaal uitgegeven aan concessies: filterkoffie-apparaten, een goedkoop espresso-ding waarvan de stoppen doorsloegen, Senseo’s en de laatste jaren vooral Nespresso’s.

Maar ook dat hele Nespresso-gedoe was ik zat. Het heet een club te zijn, maar als eerstedagslid komt men er maar bekaaid van af. Dure machines, even zo dure cupjes. Bovendien was er maar één smaak die ik echt lekker vond. Voor mijn gevoel was er nog een hele wereld buiten de cupjes; namelijk die van de vers gebrande bonen. het werd tijd om die eens te gaan ontdekken.

Wikken en wegen en wikken en wegen. Een bezoekje aan de duurste kookwinkel van Zuid-Holland en een overtuiging van Zuslief: ‘Doe nou eens geen concessies, doe nou eens wat je al jaren wilt!’, maakten dat ik overstag ging. Ik kocht ‘m gewoon: de Classika van ECM. Al jaren stond ‘ ie op mijn verlanglijstje en nu staat hij gewoon in mijn keuken. Met een molen ernaast. En weet je? Het eerste kopje koffie ging gewoon gelijk goed. Kan een mens lyrisch worden van koffie? Ja, echt wel.

Espresso is a miracle of chemistry in a cup – Andrea Illy

Vijgentak

image_pdfimage_print
Ik had een afspraak met een collega, er zat een adres bij. Ik moest er heen en moest er om half 10 zijn. Ik ging bij licht weg. Het was nogal dringend en het had volgens mij met het anorexiameisje (van mijn werk, red.) te maken. Die collega wist misschien een oplossing en er was dus haast bij. Ik moest met het openbaar vervoer, maar welk, dat weet ik niet meer. Ik wist ook niet uit welke kant ik het station moest uitstappen en gokte. Natuurlijk koos ik de verkeerde uitgang en ik moest een plein oversteken. Daarna liep ik in een flatgebouw een trap af naar beneden, maar dat was niet slim; ik was namelijk op de begane grond begonnen en dus eindigde ik nu in de fietsenkelder.

Daarom ging ik maar weer naar boven en dat moest via een bijzonder ingewikkelde trap, waarbij ik via de armleuningen naar boven moest klauteren. Twee bewoonsters zagen me en zeiden me dat ik ook gewoon de lift had kunnen gebruiken, duh. Via de begane grond van het flatgebouw, waar een binnentuin bleek en waar één van hen nog niet zo lang geleden een vijgentak had geplant, naar buiten. Ik moest even zoeken naar de uitgang.

Al die tijd liep de klok door en ik zou half tien zeker niet halen, kwart voor tien misschien wel. Ik wist ook niet meer wat het adres van die collega (P.K.) was en het was inmiddels donker. Er was een fontein waar een paar jongens zich gingen wassen, maar waar ook de politie achteraan ging. Een jonge toeschouwer (met een Surinaams (?) voorkomen) wist te vertellen wat ze gedaan hadden, maar ik verstond het niet. Hij liep met me mee en ik kreeg een ongemakkelijk gevoel. Ik probeerde me bovendien ook te concentreren op het vinden van het adres van die collega. Ze had het gewhatsappt, maar op welke telefoon? Op die van mezelf of op die van het werk? En anders zou ik haar moeten bellen, maar ook dat lukte niet goed omdat ik boos werd. Het stoorde me namelijk dat die  jongen maar met me bleef meelopen. Ik moest rennen.

Over salamanders en een kip

image_pdfimage_print
We zaten in een groot en luxe huis dat van M. zijn ouders bleek. Eén van de gangen eindigde bij de deuren met vensters erin van een kantoor van een vreemde firma. We plakten de deuren met tape af zodat we ze niet konden openen. Ik moest een kip uitlaten. Dat deed ik met een zwemband om en omdat ik eerder een vrouw dat op bruine schaatsen door de groene berm zag doen, probeerde ik dat ook. Maar ik vergat de kip en moest terug.

Omdat het hard had geregend, was het water heel hoog gekomen en moest ik het laatste stuk naar het huis zwemmend doen. De regen had ervoor gezorgd dat alle groene baby-salamanders waren uitgekomen en het water zat er vol mee, het leek wel een groene soep. Ik moest bovendien oppassen dat ik op weg naar het bordes binnen de lijnen van het terras om het huis zwom, omdat ik anders twee verdiepingen naar beneden zou vallen.

Opeens passeerden M. zijn ouders mij en M. zat boos en verdrietig thuis. Even later kwamen er allerlei mensen, waaronder politie, op zoek naar iets. Mijn vader werd ergens van beschuldigd, ik weet niet wat. Ze zochten iets en konden het niet vinden. Heel even liep het gezelschap weg. Ik weet niet waarom, omdat ze een huiszoekingsbevel moesten halen? Pa wilde iets van onder een dorpel opgraven, maar het gezelschap kwam weer terug. We waarschuwden hem, hij luisterde niet en ik werd heel bezorgd over wat er gebeuren zou. Toen het gezelschap opnieuw binnenkwam…werd ik angstig wakker.

Herinneringen

image_pdfimage_print
Een hele lieve collega zegt altijd: “Iets is altijd ergens goed voor.” Gelijk heeft ze. Je ziet het niet altijd direct, maar het doel van alles komt uiteindelijk in zicht. Dat familiegedoe nog niet hoor, maar de onrust die het in mij veroorzaakt, maakt dat ik weer ga graven in herinneringen. Gelukkig heb ik veel herinneringen hier op het blog vastgelegd.

Bovendien ligt daar nog steeds het project ‘Boek’. Een bestseller zal het niet worden, maar als ik de geschiedenis van ons gezin vanuit mijn perspectief kan beschrijven, zal ik gelukkig zijn.

Maar first things first. Omdat ik nogal ondersteboven was van hoe volwassenen met elkaar omgaan, wilde ik mijn laatste blog uitprinten en opsturen met de kerst. Waarom met de kerst? Geen idee, dat kwam zomaar in me op. Ik heb uiteindelijk niet gewacht tot de kerst. In overleg met zuslief heb ik het gewoon gedaan. Wat er ook van moge komen. Maar onder het mom van practice what you preach, vond ik dat ik in ieder geval feedback moest geven.

Moest? Ja. In elke opleiding die ik heb gedaan, kwam namelijk het Johari-venster ter sprake. Heel in het kort:

De vier kwadranten

Het Johari-venster heeft vier kwadranten:

  Bekend aan jezelf Onbekend aan jezelf
Bekend aan anderen Open Ruimte Blinde Vlek
Onbekend aan anderen Verborgen Gebied Onbekend gebied
  • De open ruimte is aan beiden bekend, hier kan over gecommuniceerd worden.
  • De blinde vlek is wel bekend aan anderen, maar niet aan jezelf. Voorbeelden hiervan zijn als iemand vaak een bepaald stopwoord gebruikt, of als iemand een slechte adem heeft.
  • Het verborgen gebied houden mensen bewust verborgen voor anderen.
  • Het onbekende gebied is zowel voor jezelf als voor anderen onbekend, en daarmee geen onderwerp van communicatie.

Gebruik van het Johari-venster

Het Johari-venster geeft zicht op waarover je communiceert en hoe je je aan anderen presenteert. In het algemeen is het in een vertrouwde relatie goed om de open ruimte zo groot mogelijk te maken. Dat kan op twee manieren:

  • door feedback te vragen van anderen verschuift ruimte van de blinde vlek naar de open ruimte, en
  • door open te communiceren verschuift ruimte van het verborgen gebied naar de open ruimte

Je hoeft echter niet alles blindelings te communiceren. Het kan handig zijn om bepaalde zaken (nog) niet te communiceren, bijvoorbeeld als het gaat om

  • vertrouwelijke informatie, waarbij je niet zeker bent of de ander dit voor zich kan houden,
  • zaken waarvan je inschat dat de ander er niet (goed) overweg mee kan, of
  • als het de ander niet aangaat, bijvoorbeeld het vrijgeven van seksuele geaardheid of geloof tijdens een sollicitatiegesprek.

Kortom: aan de hand van het Johari-venster kom je te weten welke eigenschappen van jou openbaar zijn en welke eigenschappen niet.

Dus ja, ik vond ik dat ik in ieder geval feedback moest geven. Ik heb het namelijk niet ontvangen en zoals je in het venster ziet, blijft communicatie dan altijd lastig. Om te voorkomen dat de ander in eenzelfde situatie komt, geef ik (graag) feedback.

schermafbeelding-2016-11-10-om-21-05-33Onverwacht resulteerde dit toch in een afspraak die nog plaats moet hebben. Fijn. Al was het maar omdat sommige informatie sinds 13 jaar een eigen leven is gaan leiden. Met die wetenschap in mijn achterhoofd ontstond een behoefte aan het bundelen van relevante informatie. Maatje A5, dubbel geprinte pagina’s en alle uit de categorie: herinneringen, mijn vader en mijn moeder. Het is een klein bundeltje van 34 pagina’s geworden. Op die pagina’s staan dierbare herinneringen, anekdotes, foto’s. Fijn om weer eens terug te lezen. Leuk om te bundelen als een soort eerbetoon aan mijn ouders. En bovenal: een leuke bezigheid op een druilerige zondag. Ik was weer van de straat.

Nu dat projectje af is, is het tijd om weer verder te gaan met ’t Boek. Ook dat wordt een mix van verhalen en foto’s en andere wetenswaardigheden. De vraag is alleen hoe uitgebreid ik het ga vast leggen. Al schrijvende komen er allerlei details naar boven drijven en ik weet niet of ik die allemaal ook op wil nemen in ‘het boek’.  Ik word bovendien ook absoluut niet gehinderd door enige kennis van professioneel schrijven, maar ik heb de hoop dat het ooit goed gaat komen. Ik heb er in ieder geval weer even zin in om verder te schrijven. En zoals mijn moeder zei: “Wie schrijft, die blijft!”

Over verbroken banden

image_pdfimage_print
Een tijdje geleden alweer schreef ik dit:

schermafbeelding-2016-10-17-om-19-42-02

Maar overtreffende trappen zijn er altijd.

Wat was er nou eigenlijk dat er geen contact meer was? Geen idee. Het ‘enige’ wat zuslief en mij overkwam, was dat we onze ouders een jaar na elkaar kwijtraakten. Eerst Ma en toen Pa. Een groter verdriet heeft er tot die momenten in mijn leven niet bestaan. En ook sindsdien is daar nog niets in ‘ergte’ overheen gegaan. Maar een jaar na het overlijden van Pa riep iemand: “Nu moeten jullie het maar alleen doen, hoor!”. En dat was het.

Het is zoals het is. Jammer is het wel. Gênante momenten zijn er uiteraard als je elkaar zomaar ineens tegenkomt en na mijn enthousiaste begroeting de ander zich geen houding weet aan te meten. Zeer recent vroeg ik me ook af hoe dat dan moet als er nou iemand in de familie komt te overlijden. Hoe ga ik daar dan mee om? Word ik daarover ingelicht? Zou ik uitgenodigd worden? En als dat zo zou zijn, ga ik er dan heen of stuur ik alleen een kaartje? Nou ja, van dat soort dingen, dus. Ik bedacht het me nèt, toen het ineens ook echt-echt werd. In mijn stamboomspeurtocht op internet stuitte ik namelijk op verontrustende berichten die er wel eens op konden wijzen dat er iemand overleden was: een zus van onze moeder, onze tante zo u wil. Anderhalve week geleden al notabene (het had ook ook net zo goed een jaar later kunnen zijn als ik niet gestamboomspeurd had). Een paar telefoontjes later bleek het inderdaad zo te zijn. En de realiteit bleek dat wij echt niet zijn ingelicht. Nou ja, wij zijn dan ook ‘maar’ de dochters van een overleden zus, waarom zou je die inlichten? Maar ook een andere zus wist van niets. Geen telefoontje, geen kaartje of desnoods een whatsappje whatever, nee niets.

Uh. Ok.
Waaat???

Dat is toch iets wat me maar moeilijk loslaat. De dood zou toch al dat familie-gezeik moeten overstijgen? Dat leg je toch naast je neer en je laat het aan die ander om er wel of niet iets mee te doen? Je kunt toch op zijn minst je eigen zuster informeren? Het gaat er bij mij gewoon niet in dat (hopelijk nog lang niet) niemand mijn zus op de hoogte stelt van mijn overlijden als we bijvoorbeeld dan ruzie (om wat dan ook) zouden hebben.

Het houdt me bezig en ik vraag me werkelijk af wat onze moeder hiervan gevonden zou hebben. Wat zou ze tegen haar zussen en broer gezegd hebben? Een bloedverwant zulke essentiele informatie onthouden, past absoluut niet in mijn normen- en waardenplaatje. Zo ben ik niet opgevoed, zo hebben onze ouders het ons niet geleerd en daar ben ik trots op.

En de rest? Ze zoeken het maar uit.
Vandaag vond ik een blog waarin bevestigd werd dat onze familie hierin helaas niet uniek is. Die wetenschap helpt voor geen meter, maar dat we er niet alleen mee zitten is wel een klein beetje troost. Hier een stukje tekst dat ik uit die blog heb overgenomen:

…En daarmee basta? Nee, was het maar zo makkelijk. Ook het verlies van een familie(band) gaat een leven lang mee. Ik mis ze niet meer in mijn dagelijks bestaan, maar wat was het fijn geweest als ik mijn gezin twee keer per jaar richting Twente zou kunnen rijden, en dat we ons dan net als jaren geleden zouden verkneukelen om de herkenbare kaaklijnen, de lange ruggen, de waggelende loopjes, de schaterende lachsalvo’s. Het is zoals het is, maar blijft toch een pijnlijk punt in mijn leven. En waarschijnlijk ook in hun leven. Ik zie hun pijn, ik erken hun verdriet. Maar onze oevers grenzen niet meer aan elkaar. En ik laat het. Voor nu. … Bron: http://www.daanwesterink.nl/blog/rouw-maakt-meer-stuk-dan-je-lief-is/

UA-7562682-1