• Corona Zomer 2020 – vervolg

    Zomer 2020

    Tja, Corona-zomer 2020 – het vervolg. Wat te doen in drie vrije weken? Zoals eerder gemeld waren de plannen: weekje klussen, weekje met mijn betere helft en een klein weekje met Zuslief naar Zwitserland. Wonder boven wonder werd die oude Peugeot van ons gekeurd en hij kan er weer een jaartje mee door. Er staat nu zo’n 330.000 kilometer op de teller. We verwachten binnenkort een bloemetje van Peugeot om ons te feliciteren met het feit dat het ding nog steeds naar behoren draait. De parkeersensoren doen het niet meer en de airco moet nagekeken, maar los van dat doet ‘ie het nog steeds prima. Hij mag nog een rondje mee.

    Eerste weekje vakantie

    Klussen, dat stond die week op de agenda. Het dakterras moest voorzien worden van een nieuwe vlonder en er moesten nog wat kleine dingetjes in de tuin gedaan worden. Het was mooi weer. Ik had het helaas te druk om te gaan wandelen. Het Roots-pad blijft dus een uitdaging voor een andere keer.

    Buurmeisje S. is hier niet meer weg te slaan. Onder de overkapping chillen, met de katten spelen en kroelen, het kan niet op. “Wat eten jullie?” vraagt ze aan ons. En aan haar ouders: “En wat eten jullie?” Om vervolgens daar te eten waar het lekkerst wordt gegeten. Geef haar eens ongelijk. Met haar ging ik naar de pluktuin, waar we prachtige bossen bloemen plukten.

    Ook moesten we plannen maken voor de tweede week van de vakantie. Maar wat wilden we gaan doen? De auto deed het, dus vliegen hoefde niet. Maar kamperen is meer iets voor mij en niet voor wederhelft en hetzelfde geldt voor langeafstandswandelen.

    Tweede weekje vakantie

    We wilden er wel even helemaal uit. Vooral ook omdat ik voor een drukke periode stond: afscheid nemen van de ene job en voorbereiden op de andere. Op de een of andere manier kan ik ook echt pas aan iets nieuws beginnen als ik daar klaar voor ben. Dat maakte dat we besloten naar Duitsland te gaan. Buurmeisje S. zorgde met veel plezier voor de katten en had zo ineens ons huis, onze televisie en de wifi voor haar alleen.

    Via AirBnb boekte ik een appartement in Sankt Goar. Een klein gehucht waar ons appartement een rijtje huizen en een provinciale weg van de Rijn af lag. Dus niet de Moezel en ook niet de Eifel dit keer. De eigenaar beloofde een contactloos verblijf: de sleutels werden vrijgegeven via een sleutelkluisje. Helemaal corona-proof.

    Het appartement bleek prima, eigenlijk iets te groot voor ons met zijn tweetjes, maar van alle gemakken voorzien; zelfs een wasmachine. We hebben wandelend over diverse wandelroutes flinke kilometers gemaakt. De mensen zijn er erg aardig, iedereen hield zich keurig aan de corona-regels. Het leven is er ook goedkoop; voor diesel betaal je er nog geen euro.

    Samengevat

    Loreley, Rheinsteig, kastelen, Koblenz (mét kabelbaan), de best wel snel stromende Rijn, (lelijke) campercampings, de veerpont naar de overkant, mondmaskers, lekker oubollig Rijnreisje *, halve liters bier per keer, vers fruit zomaar van vrijstaande bomen plukken, de mooiste uitzichtpunten, de Geierlay-brug met eenrichtingsverkeer, Traumschleifen, met de lokale trein, prachtig weer, een gevaarlijke klim en pittige afdalingen over gladde leibrokken.

    We hebben een heerlijke week in ons buurland gehad en het bleek een mooie oefening voor week 3 van de vakantie. Zelfs bij mijn betere helft is een wandelvlammetje gaan branden. Hij nam met plezier mijn nieuwe snel-bij-Decathlon-Koblenz-gescoorde-want-vergeten wandelstokken over. Op zondag kwamen we terug thuis.

    * Tijdens dat Rijnreisje kreeg ik het voor elkaar om mijn camera (Sony DSC RX100-m IV) op de boot te laten liggen. Gewoon, in het tasje met de schouderband om de stoel waarin ik had gezeten. Ik kwam er pas achter toen we de volgende ochtend weer op pad gingen. In eerste instantie dacht ik: reisverzekering. In tweede instantie belde ik de rederij en wat bleek: de camera hing er nog gewoon en ik kon hem ophalen. Wat een gelukkie! Niks reisverzekering.

    Derde weekje vakantie

    Met Zuslief hàd ik gepland om naar Arolla in Zwitserland te gaan. We wilden gaan kamperen en wandelen. Meer basic dus dan het weekje in Duitsland. Ondanks rugpijnklachten van Zuslief, zouden we op dinsdagavond vertrekken. Op dinsdagavond omdat we allebei tot dan toe druk waren met afspraken. Echter in de loop van dinsdag bleek dat de weersvooruitzichten voor Arolla niet al te best waren, er werd eigenlijk alleen maar regen voorspeld. Wat te doen? We hebben zo’n beetje van elk bergdorp en campinglocatie de weersverwachting bekeken en alleen aan de andere kant van de Alpen leek het redelijk mooi weer te gaan worden, richting Bolzano dus.

    Arolla, links in het rood. Onze nieuwe bestemming rechts in het grijs.
    Zwitserland werd Italië

    We besloten op dat moment Arolla in Zwitserland te bewaren voor een volgende keer en voor nu te hopen op een paar dagen mooi weer in Italië. Jammer van het vignet wel. Handig van kamperen met een tentje is dat het (bijna) altijd op de bonnefooi kan. We hadden niets gereserveerd en hoefden dus ook niets te annuleren. Dus huppetee: op dinsdagavond laat de rugzakken in de auto en op weg via Duitsland, Oostenrijk (oh sjips, 100 kilometer na de grens kwamen we er achter dat ook in Oostenrijk het rijden met een vignet verplicht is) naar Italië. Onderweg bespraken we de mogelijkheid om eventueel af te sluiten met Venetië. Dat ligt immers op steenworp afstand van de regio waar we naartoe rijden.

    Posh-camping

    At the foot of Alpe di Siusi/Seiser Alm, the largest high alp in Europe, in the middle of the Dolomites UNESCO World Heritage

    In de ochtend blijkt de speld die we geplaatst hebben op Waze, ons een dorpje in te leiden waar geen camping is. Echter op een paar kilometer afstand en tig haarspeldbochten verder, vinden we op de laatste benzinedampen een benzinepomp en een camping. Dat blijkt echt een posh-camping te zijn: Camping Seiser-Alm. Prachtig gelegen, voorzien van alle luxe en daarbij ook nog eens een fenomenaal uitzicht op de Seiser-Alm. Dit is Italiaans gebied, maar de Duitse taal heeft de voorkeur. In de winter wordt hier volop geskied.

    Foto van de website van de camping

    De camping is niet goedkoop, maar ligt prachtig. Het was er overigens retedruk. Veel vaste seizoensplaatsen, maar ook heel veel campers. Op een aparte weide was plek voor een aantal tentjes. Op een paar minuten rijden van de camping is er de kabelbaan naar de Seiser-Alm of Alpi di Siusi. Daar zijn we, na het opzetten van de tentjes, direct een kijkje gaan nemen. Tegen 19 uur moesten we terug omdat de kabelbaan sloot.

    Bärenfalle

    De volgende dag hebben we een heel stuk over de Bärenfalle-route gewandeld richting het Schlern plateau. Door de rugklachten van Zuslief durfden we het niet aan het hele stuk naar het plateau te lopen, maar we hebben best een aantal kilometers gewandeld en opnieuw prachtige uitzichten gezien.

    The Bärenfalle trail (= bear’s trap) is one of the more strenuous hikes to the Schlern plateau. It starts at around 1200m and tops out at 2563m thus covering an elevation gain of 1300m, which with ups and downs will amount to roughly 1600m overall. It is a very steep trail and thus is very hard to descend. Bärenfalle is a narrow gorge on brittle ground and in its middle section a system of bridges and staircases has been set up to protect it. 

    Basic camping

    Terug bij de camping aangekomen, besloten we op te breken en op zoek te gaan naar een camping die meer bij ons past: meer basic en…alvast een beetje richting Venetië. We vonden een camping bij Forno di Zoldo: Camping le Bocole. Ook hier zijn vooral seizoensplaatsen waarvan de meeste eigenaren niet aanwezig waren. Er was een trekkersveldje voor de tentjes waar wij alleen stonden. We hebben onszelf in de avond beziggehouden met ‘lichtschrijven‘ met de camera. De volgende dag hebben we een pittige wandeling gemaakt over een pad (sentiero 531) dat waarschijnlijk de afgelopen 15 jaar niet is onderhouden. Vastgelopen bij te snel stromend water en opnieuw terug onder en over omgevallen bomen. Met de nodige krassen en schrammen kwamen we terug op de camping.

    Venetië

    De volgende dag vroeg op weg naar Venetië. Wat een gekke gewaarwording om een vrij leeg Venetië te zien. Uiteraard hebben we de lokale economie gesprek en hebben we ons laten varen met een gondel. Ook zij kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken nu er geen cruiseschepen en bussen met hordes toeristen komen. Het water was er superschoon en de stad stinkt niet. Elk nadeel heb z’n voordeel, denk ik dan maar. tegen een uur of 3 op de zaterdagmiddag vonden we het welletjes en zijn we ingestapt en op huis aangereden. Het was goed zo. De vakantie was -ondanks al het corona-gedoe- eigenlijk gewoon super. Wat rest zijn de herinneringen en de beelden hieronder.

  • Cherry Oh Baby

    Ik denk ik dat in 1989 mijn eerste echte personal computer had. Zo een met van die grote 5,25″ floppy’s, een IBM PC XT. Ik moest verslagen en een scriptie maken voor mijn opleiding tot verpleegkundige. Tot die tijd ging alles met een (elektrische) typemachine, correctielint en carbonpapier. Mijn ouders hadden niet veel geld, maar wel een groot netwerk (mijn moeder vooral) en op de een of andere manier kregen we een computer in huis. Met een matrixprinter en kettingpapier.

    Het geheugen van de computer was klein, niet eens groot genoeg om er Wordperfect in zijn geheel op te zetten, maar het hoogstnoodzakelijke ging nog net.

    IBM PC XT
    Het startscherm

    Ergens zo rond 1993 kocht ik mijn eigen eerste computer. OS/2 Warp was het nieuwste besturingsysteem en zag er grafisch gelikt uit. Maar waarom weet ik niet meer, het werkte niet goed en onder garantie mocht ik terug naar Windows 3.1 en later 3.11.

    Internet werd voor mij in 1994 een dingetje. De computer had een modem en via de gewone telefoonlijn kon je inbellen. Tegen betaling uiteraard. Ik werd lid van de DDS, de digitale stad Amsterdam. Mijn eerste inbelrekening was fl 500,-. Had ik er even geen rekening mee gehouden dat ik naar Amsterdam belde. Leermomentje zeg maar. Maar leuk was het. Je kon er andere -online- mensen gewoon op naam zoeken en tegenkomen. Van AVG hadden we nog niet gehoord. In versie 1 (die had een unix command-prompt interface) kon je post ophalen op het postkantoor, er was een plein en de enkele links naar buiten konden worden benaderd via het station.

    De Digitale Stad 1.0

    In die tijd had ik een manager (ik noem ‘m ‘Cherry Oh Baby’) die net zo’n computernerd bleek als ik. Welk modem heb jij? 14K4 of al sneller? Hoeveel geheugen op je videokaart? Nieuwe spellen, maar vooral ook: hoe kreeg je ze werkend? Vaak moest in DOS de autoexec.bat of de config.sys aangepast worden, zodat er meer of sneller geheugen aangesproken kon worden tijdens het opstarten. Ervaringen konden we uitwisselen. We ontdekten IRC, hoe je op afstand via de computer elkaar kon vinden in chatrooms. Ik heb er goede herinneringen aan en ik leerde mezelf met computers omgaan. De DOS diskettes en Windows 3.11 cd heb ik nog steeds.

    Maar even terug naar die manager en de link met het geheugen. Die manager is al een hele tijd mijn manager niet meer. Sterker nog; hij heeft Baas al een hele tijd geleden verlaten om een eigen bedrijf te beginnen. We vonden elkaar nog wel eens via weblogs en social media. Afgelopen week vernam ik dat hij sinds een jaar of twee Alzheimer heeft. Wat!? Zo’n pientere kerel waarvan ik nooit begreep dat hij niet eerder wegging bij Baas. Goede gesprekken hadden we, niet alleen over computers, maar over alles, over het leven. Ik ben me rot geschrokken. Ik heb zijn vrouw direct gemaild en ze antwoordde dat ze het gelukkig nog goed hebben samen, maar dat hij niet meer computervaardig is. Vandaag heb ik tig filmpjes van de Alzheimerstichting bekeken, omdat ik vond dat ik dat moest.

    Computerontwikkelaars proberen met code het menselijk brein na te bootsen en zo kunstmatige intelligentie te ontwikkelen. Met DOS op die oude computers kon ik, door een bepaalde regel onder een andere regel te plaatsen, geheugen vrijmaken zodat de computer na opnieuw opstarten beter ging functioneren en ik dat spel wel kon spelen. Kon ik dat ook maar doen voor mijn manager met Alzheimer: gewoon even zijn dagroutine wijzigen en opnieuw opstarten. Dan heb ik extra geheugen vrijgemaakt en is hij weer zijn oude zelf.

  • Mijn Opa Smits

    Mijn opa is de persoon als tweede van rechts, zittend met de troffel in zijn handen. Jaartal van de foto? Geen idee. Hij is geboren in 1904, en hij zal hier misschien 25 jaar zijn? Dan zou deze foto ergens in 1929 gemaakt moeten zijn. Waar de foto gemaakt is, weet ik niet en ook niet ter gelegenheid waarvan of door wie.

    Niet alleen mijn opa, maar ook mijn vader was metselaar en als meisje stond ik er met mijn neus bovenop als hij bij ons thuis of bij vrienden/kennissen aan het metselen was. Ik weet dus wat een stoffige (droge cement of zand) of soms blubberige (mortel) troep het kon zijn. Ik leerde eigenlijk misschien ook wel een beetje metselen. Met het voegen mocht ik sowieso altijd helpen. Uiteraard waren de horizontale voegen veel gemakkelijker dan de verticale. Al zijn gereedschap heb ik nog.

    Maar nu over deze foto. Wat mij zo opviel was hoe keurig die mannen er bij zitten. Nu was mijn opa iemand die goed gekleed was en eigenlijk altijd in pak liep. Dat was gewoon zo in die tijd en men had blijkbaar zelfs een vest aan op het werk. Ook als metselaar. Geweldig toch?

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

  • Papa, kom je nog even?

    Het is vandaag 14 jaar geleden dat we ‘m voor het laatst zagen. Tot de maandag, minder dan een week voor zijn dood (op zondag), ging het eigenlijk nog best. Uitbehandeld, de chemo deed niets, de bijwerkingen te erg en dat was het. Op die maandagavond laat belde hij mij -voor het eerst- uit bed. Misselijk, voelde zich niet goed en had zich zelf ondergekotst. Zuslief gebeld en naar ‘m toe. Daar aangekomen hebben we hem geholpen met verschonen en toen bleek hij ook nog eens een knal van een hematoom in zijn flank te hebben. De dag erna groot overleg met de huisarts. Met het ziekbed en overlijden van Ma nog vers, hintte de huisarts op ons eigen welzijn en stelde een hospice voor. Een dag over nagedacht en op woensdag konden we terecht voor een rondleiding en een kennismaking. Hij ging mee en gaf aan dat hij het wel best vond, zoals hij eigenlijk altijd alles wel best vond.

    Op donderdag werd hij opgenomen. Zo ziek als een hond, maar we konden hem gelukkig maken met zelfgemaakte appelmoes. We probeerden er zoveel mogelijk te zijn. Op zondag ging het niet lekker. Benauwd en daardoor toch een beetje angstig. Huisarts gebeld en opnieuw overleg, met ons en met hem. Actieve euthanasie was geen optie, maar morfine en eventueel Dormicum wel (alsof dat geen euthanasie is?), “Maar meneer Smits, dat betekent wel dat we u in een slaap gaan brengen van waaruit u niet meer wakker wordt”. Hij vond het goed en wij ook, alles beter dan die benauwdheid. De huisarts zou de eerste dosis geven en later op de avond zou een transmuraal team uit het ziekenhuis een iv-pomp komen aanbrengen. In de verwachting dat hij niet direct zou overlijden. Maar dat deed hij wel. In het kader van een aflossing van de wacht en oplopende vermoeidheid, was ik nog niet thuis of ik kon rechtsomkeert maken. Zijn zus en zwager opgebeld of ze nog afscheid wilden nemen en ja dat wilden ze. Op het moment dat het transmurale team het hospice binnenstapte voor de morfinepomp, blies hij zijn laatste adem uit.

    Ik knipper met mijn ogen en ik ben 14 jaar verder.

    Ik lig in mijn bed, het is half acht
    Ik slaap nog niet omdat ik op mijn vader wacht
    Mijn ogen vallen bijna dicht, ik hoor vanuit mijn bed
    Hoe mijn moeder in de keuken koffie zet

    Ik vecht tegen de slaap, ik heb vandaag al veel gedaan
    Amerika ontdekt en ‘k heb daarna als indiaan
    Vijfentachtig cowboys op de vlucht laten slaan
    Op school niks gedaan
    Alleen maar op de gang gestaan

    En dan opeens, dan hoor ik vanuit mijn warme bed
    Hoe mijn vader zijn brommer in de kelder wegzet
    Zijn voetstap op de trap, het voetenvegen op de mat
    En dan de sleutels in het sleutelgat

    Papa, kom je nog even
    Papa, want ik slaap nog niet
    Papa, luister nog even
    Papa, vergeet me niet

    Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
    Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog

    Vreemd dat je kunt kiezen voor alles wat je wil
    Kiezen voor een kind door te stoppen met de pil
    Kiezen voor succes, kiezen voor de goot
    Zelfs kiezen om er niet te zijn, kiezen voor je dood
    Maar kiezen kun je nooit voor die ene man en vrouw
    Dat maakt ze zo bijzonder, die kozen voor jou

    Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
    Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog
    Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
    Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog
    Die leren jas, die shaglucht, vreemd is dat toch
    Vijfendertig jaar geleden, maar ik ruik het nog

    Wat groot leek mijn vader toen in die leren jas
    Vreemd dat ik nu al net zo oud ben
    Als mijn vader toen was
    Maar ik denk nog zo vaak
    Papa, kom je nog even.

    (Tekst: Papa – Harrie Jekkers)

    BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

  • Genealogie

    Geen idee of ik al eens gemeld heb dat ik een prachtig vormgegeven programma gebruik om mijn stamboom in kaart te brengen: MacFamilytree. Het is wel betaalde software en alleen voor de Mac, dat wel, maar je krijgt er ook echt iets moois voor. Ik gebruik op dit moment versie 8. Een aantal van de afbeeldingen in deze post zijn schermprinten uit dat programma.

    Blijkbaar heb ik wel eerder geschreven over mijn zoektocht en hoe ik in het Bossche archief terecht kwam. Maar waarschijnlijk had ik het daarna veel te druk om ook te schrijven hoe ik juni 2015 een afspraak met ze had om een gevelsteen, gemaakt door een verre voorvader in 169?, te bezichtigen.

    En zo eigenlijk tot de conclusie kwam dat niet alleen mijn vader, zijn vader en zijn vader metselaar was, maar dat de mannen tot dan toe en wellicht nog veel eerder al (meester)metselaars waren! Ook leuk dat de mensen in het Bossche archief met informatie kwamen die ik tot op dan ook nog niet had:

    In de tekst van Sasse van Ysselt kun je de geschiedenis mooi lezen. Omdat het een vrouwenklooster was, hoefden de nonnen na 1629 niet te vertrekken, maar er blijven wonen tot de laatste van hen was overleden. Dat zou rond 1692 zijn geweest. Toen zal het complex door de stad zijn verkocht en kon Mathijs er een huis bouwen of zijn intrek nemen in één van de gebouwen.

    Het was een leuke trip. Vooral ook omdat ik de steen, waarvan al tijden een zwartwitversie in lage resolutie over internet circuleerde, live mocht aanschouwen.

    Nooit heb ik de indruk gekregen dat hij niét de vader van je moeder zou zijn!

    Er gaan maanden voorbij dat ik niet verder ga met de stamboom en er zijn periodes dat ik tot diep in de nacht dingen aan het uitpluizen ga. Ik heb een verre nicht bezocht die inmiddels op leeftijd is, maar wellicht iets wist van het grote familiegeheim dat ‘mijn grootvader’ heet. Ze bevestigde dat zij geen enkele aanwijzing had om te denken dat hij niet mijn moeders vader zou zijn.

    Daarmee is het probleem zeker niet opgelost. Soms ben ik in staat om het vliegtuig naar Canada te pakken, want ik geloof dat hij nog steeds leeft. Ik kom geen obituary tegen met zijn naam erin en het telefoonboek geeft nog steeds een correcte verwijzing. Maar ja, wat schiet ik ermee op? Dat ik weet waar mijn bruine ogen vandaan komen? Nee, ik geloof maar dat ik dat los moet laten.

    De kant van mijn vader is ook reuze interessant. De naam Smits kan ik terugvinden tot ongeveer 1630. Het was een vrij grote schok (geintje) om te ontdekken dat mijn roots in Brabant liggen, in en rond ‘s-Hertogenbosch om preciezer te zijn.

    Jan (Johannes) Ma(t)t(h)ijs(sen) Smits (Smit/Smitz)

    Mijn huidige stamboom eindigt nu bij Jan (Johannes) Ma(t)t(h)ijs(sen) Smits (Smit/Smitz), *1630 en +1663, meester-metselaar (jawel!) te ’s-Hertogenbosch. Hij is de vader van degene die de gevelsteen heeft gemaakt. De echtgenote van Jan was:  Anthonisken Claessen van der AA *ca. 1640. Hun kinderen: Jacobus Smits, Adriaen Smits, Maria Smits, Johanna Smits, Nicolaas Smits, Johanna Smits, Gerardus Smits

    Maar waar ik vastloop is bij zijn zijn vader. Overal op internet kom ik de naam Mattijs Smits tegen. Maar hoe wáár zijn die gegevens? Ook zie ik dat andere mensen zoeken en op het zelfde punt vastlopen. Bij het BHIC is vorig jaar iemand op zoek geweest (Forum – genealogie Smits), waar ik maar probeer bij aan te haken. Want behalve de aanwijzing dat deze Jan (en dus niet Mattijs, want Mattijs = wellicht vanaf daarvoor een patroniem) wellicht uit Schijndel afkomstig is, geen andere informatie die me verder helpt. De archieven van Schijndel staan bovendien op een site waar AVAST van op tilt schiet op mijn mac. Echt doorklikken durf ik niet. Op facebook is wel een grote groep mensen verenigd in een genealogiegroep. Ik heb zojuist de vraag daar gesteld en ik ben benieuwd of daar iets uit komt. Komt er niets uit, dan is het zo. Dan zit er niets anders op dan eens in de tijd weer eens te gaan zoeken of er ergens toch iets boven water gekomen is.

    Tot die tijd probeer ik af en toe de stamboom te vullen met de personen die ik in mijn zoektocht tegen kom. Ik probeer daarnaast de verhalen te vinden die erbij horen door ook te zoeken naar adresssen, bijzondere akten, noem het maar op. Het is erg leuk om te doen, maar ook wel een beetje verslavend. Ik geloof dat er nu zo’n kleine 700 personen in mijn stamboom zitten, maar er zijn er met tienduizenden. Ik heb voorlopig nog wel iets te doen als ik ook naar die aantallen wil.

    Linkjes

    Inmiddels is gelukkig heel veel online te vinden en steeds meer stukken archief worden verder digitaal ontsloten en openbaar gemaakt. Google (of Duck-Duck-Go) is vooral mijn beste vriend. Vaak als ik een naam en een geboortedatum invul, vind ik al snel links naar al gemaakte stambomen (maar pas op met de juistheid van de gegevens!), diverse fora of wellicht verwijzingen in een of ander archief of akte bij een gemeente.

  • Vouchers enzo

    Afgelopen zomer heeft Zuslief een paar keer zieke collega’s in den verre moeten ophalen. Dat gebeurt op de gebruikelijke manier: via de lucht met een burger-airline. Op twee van die vluchten werd een passagier onwel en zij -held als ze is- heeft de flightcrew geassisteerd. Net zo gebruikelijk is dan blijkbaar dat ze voor het ongemak tijdens haar vlucht gecompenseerd wordt met een voucher. Een kortingsbon, te besteden bij een volgende vlucht naar een bestemming van keuze bij deze zelfde vliegmaatschappij.

    Zo komt het dat zij mij ergens in dit najaar vroeg: “Hee zus, heb je zin om in december met mij mee te gaan naar Barcelona?” Ik dacht nog: “Jee. Moet dat nou? Even in mijn agenda kijken…”

    …Joh! Natuurlijk!

    Barcelona stond al zó lang op mijn verlanglijstje. Natuurlijk ging ik mee! Zeker nu het retour per vliegtuig maar op zo’n € 35,- per persoon kwam. Met dank aan Delta Airlines en KLM. En oh, ook aan onze eigen defensie en vooral niet te vergeten mijn Zuslief uiteraard. So far de credits. Zo gezegd, zo gedaan. De vlucht was binnen no time geboekt. Vertrek op zondagochtend vroeg en op donderdagavond heel laat weer terug om er zo maar het maximale uit te halen.

    Via Booking.com een leuk hotelletje gevonden en zowel in Polarsteps als Tripit onze trip voorbereid. En wow, in wat een geweldig tijdperk leven we toch. Misschien backfire-‘d het ooit nog, maar alles via de smartphone: hotel, vlucht, inchecken, boardingpas, kaartjes van de dingen die we daar willen zien. Onvoorstelbaar. Als onze ouders even terug mochten komen, zouden ze rete-enthousiast zijn maar er allemaal geen bal van snappen. Affijn, grote uitdaging bij dit soort tripjes is dat er altijd veel te veel te zien is in veel te weinig tijd. Onvoorbereid op pad gaan is dan niet echt handig. Structuur moet er wezen! Halve autisten die we zijn, is dat ook verder geen enkel probleem: structuur zal er zijn. Een lijstje met ‘to do’ en ‘to see’ zag er ongeveer zo uit:

    Klik op de afbeelding voor een grotere.

    Nobel streven toch? Gelukkig hebben we allebei niks met grote warenhuizen á la Bijenkorf, die daar de ‘El Corte Ingles’ heet. Want hoewel de wens er was om een nieuwe tas te scoren, stond die op prioriteit nummer 1256. Ofzo.

    Het reisdagboek staat in zijn geheel op Polarsteps, dat heeft u al gezien in de link hierboven. Maar om er hier nu verder helemaal niets over te schrijven is ook weer zo wat. We hebben ons aardig aan ons schema kunnen houden. Enigszins geholpen door de kaartjes die we van te voren hadden gekocht uiteraard omdat die steeds voor een bepaalde dag en bepaalde tijd waren. De hele trip was echt top, maar de top 3 voor mij waren toch wel:

    • De wandeling terug van Montserrat naar beneden (incluis encounter met Hugo het wilde zwijn
    • De Sagrada Familia
    • Casa Battlo

    We hebben eigenlijk alles van het lijstje gedaan en gezien, op een ding na: Camp Nou. Omdat we beiden besloten toch niets met voetbal te hebben.

    Barcelona in een vogelvlucht, maar pas op: het is een hele grote afbeelding!

    BewarenBewarenBewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

    BewarenBewaren

  • Colmar 2017

    Kamperen in de Vogezen in de laatste week van september? Ja, dat doen wij gewoon. Als enigen op een camping die het hele jaar door open is. Op de meest prachtige plek die je maar bedenken kunt. Om ons heen een bos waar de meest angstaanjagende geluiden van bronstige edelherten vandaan kwamen. Maar oh, wat was het geweldig. Heerlijk.

    Het leven gaat niet over bezit en materiële dingen. Het leven gaat over ervaringen opdoen en dit was er zo een waar ik met veel plezier aan terugdenk.